Een van de leukste en tegelijk spannendste dingen die je met je bike kunt doen is springen. Misschien ben je al eens van de grond gekomen, bewust of onbewust. Afhankelijk van je kunnen vond je dit ofwel heel tof (en was deze actie ook de bedoeling) of doodeng (en was het niet de bedoeling). In deze les willen je laten kennismaken met de basis van het springen. En geloof het of niet, de basis voor een kleine sprong is nagenoeg hetzelfde als voor een grote.



Hoe begin je?

We behandelen hier de basistechniek van het springen, dus nog niet van het bunnyhoppen, wat we in een volgend issue zullen laten zien. Begin met het op zoek gaan naar een kleine tabletop ofwel tafel: een schans met een afzet, een plateau bovenop en daarachter een landing. Zou het plateau tussen afzet en landing ontbreken, dan spreek je over een double ofwel dubbel. Je springt in dat geval over een gat. Sla er ook het artikel over dirtjumpen in issue 3 nog maar eens op na. We kiezen hier voor de tafel omdat je zo zonder al te veel risico kunt leren springen. Mocht een sprong niet lukken dan kun je altijd nog over je obstakel heen rollen. Zorg dat de schans/transition en landing niet te steil zijn. Het zorgt dat je als beginner met meer vertrouwen op een schans af rijdt.

Het is in dit artikel niet de bedoeling dat we gaan rollen, maar springen. Neem een paar meter voor de afzet je aanvalshouding aan. Weet je nog, je basishouding/aanvalshouding? Benen gestrekt, hakken omlaag, knieën gebogen, schouders laag, ellebogen naar buiten en je pedalen gelijk. Je blik is gericht op de afzet en wel op het laatste stuk van de afzet. Kies een snelheid waarbij je je nog comfortabel voelt en waarbij je verwacht ver genoeg te komen om over het plateau te springen. Twijfel je, kies dan een lagere snelheid en vergeet het plateau, het gaat in eerste instantie om de techniek. Later, met meer vertrouwen kun je je snelheid opvoeren, zodat je uiteindelijk over het plateau springt. Een paar meter voor de afzet neem je een nog lagere houding aan, zodat je zwaartepunt dus laag is, schouders laag zijn en je met je voeten volle druk op je pedalen houdt. Je probeert jezelf bijna in de grond te drukken, je drukt jezelf als het ware in als een veer. Je blijft in deze houding tot je voorwiel los van de afzet komt. Op dit moment laat je de energie in je lichaam los en strek je jezelf uit, je maakt je lichaam lang. Dit voelt ongeveer hetzelfde als vanuit een squat-houding omhoog springen. Zonder al te hard aan je stuur te trekken zal je fiets je omhoog volgen.


Let op:

rijd je met SPD-pedalen, of zit je op een andere manier vast aan je pedalen, trek dan niet met je voeten je fiets omhoog. De snelheid in combinatie met de afzet zorgt ervoor dat je fiets je volgt in een nette lijn. Aan je pedalen trekken zorgt voor een abrupte verplaatsing van je fiets omhoog, waarmee je zelden echt een afstand kan overbruggen. Als je ze hebt zijn flatpedals en gympen met een vlakke zool ideaal om te oefenen. Op het moment dat je je uitstrekt verplaats je het zwaartepunt naar boven. Als je merkt op je hoogste punt te zitten, dan trek je je knieën lichtjes in, schouders weer laag en focus je je op de landing. Je maakt je gereed voor de impact en vangt deze op met je armen en benen, waarna je direct verder vooruit kijkt naar wat komen gaat. Als je eenmaal een goede tafel hebt gevonden, blijf dan oefenen op dezelfde tafel tot je het onder controle hebt. Kijk eens wat er gebeurt als je net wat later of eerder probeert te springen. Als je de mogelijkheid hebt, vraag een vriend of vriendin een filmpje te maken, daarmee zie je ook vaak direct wat er beter kan. Als je het allemaal nog wat te spannend vindt kun je ook gewoon beginnen met het rollen over een tafel of hobbel. Probeer jezelf licht te maken op het hoogste deel van de hobbel, tot je meer vertrouwen krijgt. Hiermee krijg je al een beetje het gevoel van gewichtsloosheid te pakken.

Springen gaat met name gepaard met veel vertrouwen, neem dus de tijd om dit op te bouwen. Begin klein, begin rustig en begin laag. Naarmate je meer vertrouwen krijgt bouw je de oefening steeds verder uit. Tevens is het ook gewoon een kwestie van veel doen en analyseren wat er goed en fout gaat. Timing is extreem belangrijk, ben je te laat dan gaat je actie vaak gepaard met een nosewheelie. Enkel door te doen zul je leren wat juist is. Nog een laatste tip bij het springen, zet je zadel laag, zorg dat je banden niet te zacht zijn. Banden met een breedte van 2.25 inch op 2 bar en zorg dat je vork geen te snelle rebound heeft en niet te zacht staat. Dit geeft je meer ruimte om te bewegen en dwingt je lichaam niet tot een bepaalde houding.



Wil je nou altijd de leukste artikelen of meest uitdagende trails vijf keer per jaar op de deurmat krijgen? Neem dan een abonnement op Up/Down. Of download het magazine online via onze Soul Kiosk App.