Als je de vorige rijtechniek hebt gelezen dan weet je inmiddels hoe je basishouding zou moeten zijn. Heb je dit gemist, lees  dit artikel dan hier en bekijk het filmpje van deze basis. In het volgende artikel pakken we door naar de volgende stap, de bochtentechniek.

Want het zal je niet zijn ontgaan, de newskool parcoursen liggen met bochten bezaaid. En niet voor niets, bochten zorgen voor een technisch uitdagend parcours en tevens gebruik je zo optimaal het beschikbare oppervlak. Ook worden bochten ingezet om je snelheid op een leuke manier te reguleren.

Bochten kunnen we opdelen in drie categorieën:
1. Bochten op vlak terrein
2. Bochten bergaf
3. Bochten bergop



Bochten op vlak terrein

We beginnen met bochten op een vlakke ondergrond. Een bocht goed nemen begint al ruim vóór de bocht. Je neemt de basishouding aan en houdt je blik vooruit, op de trail. De eerste vraag die je jezelf stelt is in hoeverre je de bocht in kunt kijken, oftewel scan de bocht. Dit scannen is iets wat meer uitleg behoeft. Je kunt namelijk de bocht in kijken en van alles zien: bomen, wortels, stenen, wandelaars of een roodborstje. Maar wat je wil zien, wat je wil registreren is de lijn die je over enkele seconden wil gaan rijden en de obstakels die rondom die lijn liggen. Die lijn zien en analyseren noemen we scannen. Je focust je dus op je toekomstige rijlijn. Terwijl je rijdt wissel je voortdurend af: je scant steeds vlak voor je en dan weer verder vooruit.

Dus: heb je vrij zicht en zie je de trail zijn weg vervolgen tot ruim na de bocht, of belemmeren bomen en struiken je het zicht op de bocht? Het zicht op de bocht geeft je namelijk inzicht in de eigenschappen van de bocht. Is deze flauw of juist niet? Liggen er mogelijk gladde boomwortels, stenen of andere obstakels? Kun je de bocht vrij uitrijden of wacht er direct na de bocht bijvoorbeeld een andere bocht dan wel een obstakel? Hoe meer je kunt zien, hoe meer je kunt inschatten wat er in die bocht gaat gebeuren en hoe harder en zekerder je deze aan zult kunnen rijden. Omgekeerd, hoe minder zicht je hebt, hoe sneller je zal moeten reageren op wat je tegenkomt. Hierdoor wordt er meer gevraagd van je eigen skills en ligt het risico op een valpartij ook hoger.

Ofwel, het zicht op de bocht bepaalt in eerste instantie de snelheid waarmee je op een bocht af rijdt. Hoe hoog deze snelheid is, dat hangt uiteraard af van je eigen kunnen en van de mate waarin je risico wilt nemen.


Ideale lijn

De volgende stap is het bepalen van jouw ideale lijn door de bocht. Zoals je hierboven leest zal je dit bij veel zicht ruim van tevoren kunnen doen, of pas op het laatste moment bij weinig zicht. Je kijkt de bocht in, scant dan het terrein op obstakels, het soort terrein en de scherpte van de bocht. Bij obstakels bepaal je op basis van jouw capaciteiten en je fiets of je er beter langs of over kan gaan. Vervolgens kies je je ideale lijn door de bocht. Jouw ideale lijn is de lijn die zo vloeiend mogelijk verloopt.

Eenmaal gekozen probeer je je zoveel mogelijk vast te houden aan deze lijn, terwijl je je blik wederom vooruit houdt. Je hebt immers al gezien wat er in de bocht ligt en hoeft dus niet langs je voorvork te kijken wat er ligt. Tijdens het rijden houd je je vinger continu op je rem, rem zodanig dat je je snelheid zoveel mogelijk onder controle houdt. Zodra je voldoende zicht hebt en je zit op een snelheid die je de hele bocht kunt vasthouden houd je de rem nog wel licht slepend op de schijf, maar vertraag je niet meer, zodra je de bocht voorbij bent laat je de rem helemaal los.

Het is zaak je snelheid voor de bocht onder controle te hebben, als je deze tijdens de bocht nog bij moet stellen kost je dit tijd en flow. Rijd je te langzaam, dan wordt het moeilijk om je balans in de bocht te houden en zal je aan moeten zetten in de bocht, wat niet altijd even makkelijk of haalbaar is (denk bijvoorbeeld aan je pedaal tegen de grond). Rijd je te hard in de bocht, dan bestaat het risico dat je de snelheid niet de hele bocht kunt vasthouden en je dus uit de bocht vliegt of onderuit glijdt. Het zal je niet verbazen dat beide opties ook tijd kosten. Hoe hard je bochten aanstuurt is naast de zicht-factor uiteraard ook afhankelijk van je level.


Houding

Als je vanuit je basishouding de bocht aanstuurt, heb je zoals gezegd je blik de bocht in, een open blik met oog voor dat wat komt. Je benen zijn licht gebogen, ellebogen naar buiten. Stel, je hebt een vlakke, snelle bocht naar rechts, dan heb je in deze bocht je linkerpedaal beneden. Je houdt druk op beide pedalen. Je linker elleboog staat omhoog en je kont hangt een stukje naar links over het zadel, je knie een beetje naar binnen en je hak iets omlaag, ervan uitgaande dat je in deze bocht gewoon kunt blijven zitten. Hoe meer je je fiets naar rechts richting de grond drukt, hoe meer je je fiets als het ware naar rechts van je af duwt, terwijl je met je gewicht gecentreerd boven je bottom bracket blijft hangen.


Bochten bergaf

Heb je een bocht in een afdaling dan kom je uiteraard uit het zadel. De techniek blijft dan gelijk, alleen zal je kont echt helemaal aan de zijkant van het frame hangen en neerwaartse druk geven. Je wringt zelfs continu in een beweging waarin je gelijk druk op je pedalen kan blijven uitoefenen. Hoe steiler de bocht, hoe meer je in de bocht kunt hangen, waardoor het kantelen van je lichaam ten opzichte van je fiets minder nodig is, momentum houdt je immers op zijn plaats. Hoe vlakker de bocht, hoe harder je moet werken.


Bochten bergop

Tijdens het klimmen breng je het bovenlichaam naar het stuur, je gaat dus dieper zitten (dit moet je overdrijven als het steiler wordt en er krappere bochten op je pad komen). In de bocht ga je met je bovenlichaam naar de buitenkant hangen, zodat je niet naar binnen dreigt te vallen. Probeer het maar eens uit door op een steile grashelling een bochtje te maken. Je zult gelijk merken dat je in balans blijft.



Oefenen

Nieuwe skills leer je niet door simpelweg je rondjes te rijden. Maak er tijd voor, door bijvoorbeeld vijftien minuten voor of na je trainingsrondje een bocht in het parcours te analyseren. Let uiteraard goed op andere bikers als je op een parcours wilt gaan oefenen. Rijd de bocht vervolgens een keer of vijftien door, waarbij je je echt focust op je techniek. Dit is uiteraard nog leuker met een aantal medebikers, zodat je elkaar ook kunt wijzen op fouten, of misschien kun je elkaar eens filmen met de mobiel. Je zult merken dat als je hier een beetje tijd voor maakt, je enorm veel progressie kunt boeken, met meer lol als resultaat. Want het rijden van bochten op snelheid klinkt eenvoudig, maar is eigenlijk flink lastig. Enkel door te oefenen leer je de ideale lijn uitzetten en krijg je vertrouwen in je eigen lijnkeus.


  1. Kijk vooruit.
  2. Zicht op de bocht bepaalt aanrijsnelheid.
  3. Scan parcours en terrein
  4. Zet ideale lijn uit.
  5. Houding aanpassen.
  6. Slepend remmen.
  7. Anticiperen op obstakels en terrein in bocht.
  8. Rem los.

Wil je nou altijd de leukste artikelen of meest uitdagende trails vijf keer per jaar op de deurmat krijgen? Neem dan een abonnement op Up/Down. Of download het magazine online via onze Soul Kiosk App.