Vergeet Houffa en La Roche. Bouillon heeft beter terrein.

Veel Nederlanders rijden regelmatig naar de Belgische Ardennen om een weekendje te mountainbiken. De meeste daarvan trekken al aan hun handrem bij één van de twee grote bekende gebieden om te fietsen, Houffalize of La Roche. En wij hebben daar een vraag over: waarom? Wij zijn namelijk ook in beide gebieden geweest en als we het eerlijk moeten zeggen vonden we ze iet wat tegenvallen.

Waarschijnlijk schieten de vaste bezoekers van beide gebieden overeind en roepen om de pek en veren. Maar laat me dit even uitleggen. Zijn jullie wel eens een uurtje verder gereden dan Houffa of La Roche? En dan hebben we een vrij specifieke locatie op het oog: Bouillon. Way down south in La Belgique. Zo zuidelijk dat het bijna Frankrijk is.

Veel Nederlanders zouden Bouillon moeten kennen. Op de startlijst van de Grand Raid de Godefroy die dit plaatsje huisvest staan genoeg Nederlandse deelnemers om enige bekendheid onder Nederlandse bikers verzameld te hebben. Of komen die mensen hier buiten de Grand Raid helemaal niet naartoe? Dat zou jammer zijn, want het grootste gedeelte van het jaar komen wij namelijk nooit mensen tegen op de trails. En van die trails zijn er hier genoeg; van brede grindwegen, via doubletracks tot stukken uitdagend singletrack.

Tegelijkertijd is het hier typisch Belgisch; de Grand Raid is een privé project van de organisator van de race. Die zorgt er weliswaar voor dat ten tijde van de race het parcours goed wordt uitgezet. Maar door het jaar heen worden die niet door de plaatselijke VVV of een andere instantie bijgehouden. Met als gevolg dat op sommige stukken de routeaanduiding –op zijn zachtst gezegdeen beetje vaag is. Tijdens ritten door de omgeving kom je dan ook continu oudere en nieuwere routebordjes van de Grand Raid tegen. Samen met een wandelkaart die voor zeven euro te koop is bij de VVV, kun je dan wel leuke routes uitpuzzelen.

De Grand Raid kent namelijk afstanden van 40, 70, 90, 130 en 160 kilometer. De gehele route van 160 kilometer loopt, min of meer, in vier grote lussen vanuit Bouillon. Al deze lussen kun je met een klein beetje kunsten vliegwerk aan elkaar knopen, maar ook afzonderlijk rijden. Zo is het dus prima mogelijk om vier dagen achter elkaar een route van 40 kilometer te rijden, zonder dat je hetzelfde stuk twee keer hoeft te doen.

De route loopt continu slingerend stroom open afwaarts langs de Semois, de rivier die het landschap rondom Bouillon heeft uitgesleten en al dat heerlijke terrein heeft veroorzaakt. De routes bestaan dan ook meestal uit korte venijnige stukken klimmen en afdalen met tussenin glooiende gedeeltes waar lekker het gas erop kan en je je fl ow kan vinden. De stukken die langs de rivier lopen zijn vaak heel speels en smal zodat ze net op de oevers passen. Hoger op de vlakke gedeeltes die uitkijken over de dalen van de Semois rijd je tussen bosbouw en akkerlanden in en zijn de routes eenvoudiger en vlakker.

Als uitvalsbasis is Bouillon zelf ideaal. Er is genoeg accommodatie, van jeugdherbergen tot bed en breakfasts en zelfs luxe vakantiehuizen die je in z’n geheel kan afhuren. Maar er is ook een camping. Ook de camping in Poupehan is een goede centrale uitvalsbasis om veel trails te kunnen rijden. In de dorpen zelf vind je prima restaurants, maar ook echte Belgische frietkotten. In de restaurants wordt je nog wel eens raar aangekeken als je, getooid in mountainbike outfit, binnen komt lopen. Maar als het weer lekker is, mag je altijd wel op het terras gaan zitten. Is het modderig en ben je vies? Dan is een plekje in een simpelere frietkot een betere plek.


tekst: Bas Rotgans
foto’s: Michiel Rotgans