Als je deze momentopname in scene had willen zetten, zou het er niet veel grappiger uitzien: drie Westerse mountainbikers die onder een brandende zon rondfietsen op een steile en ruige berghelling zonder ook maar een hint van een pad of trail, ongeveer vijftig kilometer verwijderd van de Syrische grens… Wellicht zijn het de zenuwen veroorzaakt door echo’s van geweerschoten van (hopelijk) jagers of het feit dat we op de eerste dag tijdens onze trip door Libanon al verdwaald zijn, maar ik kan niets anders doen dan grijnzend kijken naar onze situatie. “Wat doen we hier in godsnaam?”, zeg ik lachend.

Lachen is een goed medicijn tegen de stress en werkt daarnaast aanstekelijk, waardoor mijn twee collega-bikers Tibor en Kamil ook al snel in de lach schieten. “O ja,” voeg ik er nog aan toe, “we moeten hier ook oppassen voor landmijnen.” Ik zeg het lachend, maar ben bloedserieus. We zijn met deze trip direct in het diepe gesprongen, maar achteraf gezien denk ik ook niet dat het op een andere manier had gekund. Het is makkelijk om te denken dat we roekeloos de eerste de beste budgetvlucht naar Beiroet hebben geboekt, op onze bikes zijn gesprongen op zoek naar trails. Want dat is alles behalve waar, mijn plan – om delen van de 470 kilometer lange Lebanon Mountain Trail (LMT) te rijden – heeft meer dan een jaar aan voorbereiding in beslag genomen.

Zorgen

Hoewel Libanon inmiddels al ruim tien jaar vrede kent, zal ik niet ontkennen dat het gegeven dat deze trail parallel loopt aan de Syrische grens flink wat vraagtekens heeft opgeroepen of deze hele onderneming wel een goed idee was. Maar ter plaatse bleek dat de fysieke nabijheid van deze oorlog, of eigenlijk de dreigingen van IS, onze minste zorg was. Het zoeken en vinden van passende accommodatie en de vraag hoeveel we daadwerkelijk van de LMT konden rijden, dat baarde ons veel meer zorgen. Echter, mijn ervaringen met dit soort trips verzekerde mij er in elk geval van dat alles wel goed zou komen als we eenmaal op onze bestemming aan waren gekomen.

Voormalig soldaat

Om het logistieke gedeelte vlot te laten verlopen had ik de hulp ingeschakeld van Raja Saade, een Libanese berggids. De afgelopen maanden had ik veel e-mailcontact met Raja over hoe ik deze trip zou kunnen organiseren. Raja heeft veel ervaring met het begeleiden van groepen door Libanon (en voorheen ook door Syrië), hij weet dus wat wel en wat niet werkt. Tijdens onze trip staat hij voor ons klaar met zijn Landrover, waarmee hij onze kampeerspullen van dorp naar dorp zal transporteren. Zoals veel andere veertigers is Raja een voormalig soldaat, hij houdt onze veiligheid dus ook goed in de gaten. “Ik vind het zo gaaf dat jullie hierheen komen. Jullie zullen enkel vriendschap meemaken in Libanon.” En met alleen deze woorden ontkracht hij in een keer het beeld van Libanon als een gevaarlijke plaats. En hij blijkt helemaal gelijk te krijgen. Onze ervaring van de eerste ochtend was dan ook meer het resultaat van onhandig samenvallende omstandigheden dan van een fout in de voorbereiding. Door wat onvoorziene persoonlijke complicaties van Raja kon hij ons zelf niet begeleiden tijdens onze trip en hij heeft ons overgedragen in de capabele handen van zijn maat Ziad Abajy. Ziad stuurt de blazende back-to-the-nineties Landrover in rap tempo de kronkelende straatjes door op weg naar de geplande start van onze rit, het dorp Ehden. Ziad is klein van stuk, maar compenseert dit dubbel en dwars door zijn tomeloze energie. Zijn Engels is nagenoeg perfect en in zijn enthousiasme voor onze trip (en volgens ons het leven in het algemeen) heeft hij besloten dat we niet in Ehden, maar net boven Ehden moeten starten. Op die manier pakken we mooi nog wat extra dalingsmeters mee. De tien minuten extra durende reis naar het nieuwe startpunt eindige in een dik uur stuiteren over hobbelige landwegen vol kuilen en stenen. Uiteindelijk stopt de jeep aan de start van een geitenpad dat zigzag afdaalt richting een bos. “Gewoon het pad volgen door het bos naar de andere kant, vanuit daar kom je weer in Ehden”, zegt Zaid, alsof hij ons de weg naar de supermarkt wijst. Aangezien Ziad al dertig jaar in het door oorlogen geteisterde Libanon woont is hij niet zo bang aangelegd, hij heeft alles waarschijnlijk al eens zien gebeuren. Maar goed, Ziad heeft volgens ons niet eerder geprobeerd te mountainbiken in Libanon.

Spoor bijster

Enige tijd later, als van ons solo-supportteam niets meer te zien is dan een dalende stofwolk aan de horizon, realiseren we ons dat mountainbiken echt iets heel onbekends is voor de meeste Libanezen. Het geitenpad leidt ons langs keien zo groot als een voetbal en hoe dichter we het bos naderen, hoe minder er van een track overblijft. Nog voor het bos zijn we het spoor compleet bijster en we zijn genoodzaakt om terug de heuvel op te lopen met onze fietsen in onze nek. Vanaf daar volgen we dezelfde dirtroad als waarheen de jeep vertrok, terug naar Ziad. Lachend besluiten we in het vervolg de gemarkeerde LMT-route aan te houden en af te zien van lokaal aangeraden trails. Want eenmaal op de trail is deze eigenlijk heel eenvoudig te volgen. Overal zien we klodders paarse en witte verf die we van noord naar zuid volgen door het gebergte van Libanon. Zes dagen lang volgen we deze klodders op rotsen en boomstammen, terwijl ze ons leiden over berghellingen, door dichte eiken- en cederbossen, door dorpjes waarvan de oude stenen gebouwtjes, maar ook moderne huizen lijken op wat je ook in Spanje aantreft.

Welkom

Libanon herbergt achttien verschillende religies die vreedzaam naast elkaar bestaan in een deel van de wereld dat juist bekend staat om conflicten. Maar het is niet altijd zo geweest. De christelijke en islamitische dorpen waar we doorheen rijden waren ooit in oorlog. We worden herinnerd aan Libanons vele oorlogen – die tot 2007 hebben geduurd – bij het zien van de vele gebombardeerde huizen, waar soms enkel nog de buitenkant van rechtop staat. Ook de muren zijn bezaaid met kogelgaten. Via de vensters schijnt af en toe een gloeilampje wat licht naar buiten. “Syrische vluchtelingen”, legt Ziad uit, die uitlegt hoe Libanon, qua grootte slecht eenderde van Nederland, 1,3 miljoen Syrische vluchtelingen heeft opgenomen. Het zijn de Syrische vluchtelingen die de appels plukken in de boomgaarden rond Ehden, waar we beginnen met onze LMT-rit. Ze verdienen twintig euro per dag, wordt ons verteld. Sommigen zwaaien als antwoord op onze ‘Mahaba’ (Libanees voor hallo), terwijl anderen verbijsterd kijken naar het schouwspel van drie mountainbikers in felgekleurde pakjes. Overal waar we voorbij rijden draaien de hoofden om. Als we na een snelle en hectische afdaling van 650 meter het dorpsplein van Maasser ech-Chouf oprijden, doet Kamil wat trucjes om de lokale kids te vermaken. Omstanders komen op ons af voor een praatje, iemand nodigt ons uit voor een biertje, een ander staat erop thee voor ons te kopen. Ik heb me zelden ergens meer welkom gevoeld.

5300 hoogtemeters

Toerisme in Libanon was ooit echt een ding en de meeste Libanezen zouden dit graag terugzien. Reizigers die het avontuur aandurven zullen ook niet snel worden teleurgesteld: in zes dagen rijden we door diepe kloven, langs natuurlijke steenbogen, Romeinse ruïnes en bomen zo oud als de bijbel. Tijdens onze ritten zullen we geen Strava-kommetjes pakken, onze 150 kilometer lange tocht tikt uiteindelijk wel 5300 hoogtemeters klimmen aan en 7500 hoogtemeters dalen, terwijl we aan het pionieren zijn om de LMT te verkennen op een mountainbike. Als we op de laatste dag met twee Libanese rijders op pad zijn, Issam op een Trek Remedy en Abdu op een Specialized e-bike, horen we dat zelfs de serieuzere mtb’ers in het land een aantal van de stukken die we geprobeerd hebben te rijden nog niet eens hebben aangedurfd. En ik gebruik bewust het woord ‘geprobeerd’. Als we zouden zeggen dat we de trail gereden hebben, dan zou dat slechts de halve waarheid zijn. Ondanks dat de LMT-organisatoren enthousiast zijn om mountainbiken op de route te promoten, is de trail nog niet overal geschikt om te rijden en er moet nog veel gebeuren wil het echt af zijn. We hebben dit vooraf ook echt zo benaderd, als een avontuur waarvan het resultaat nog niet vaststond. En net zoals bij de meeste pionerende trips kom je nadien thuis met ongeveer een fiftyfiftyverhouding tussen teleurstellingen en successen. De meest soepele, vloeiende trail die we rijden, is te bereiken door af te dalen op een val-en-je-bent-dood-trap, gevormd uit natuurlijke rotsen. Te lastig om ‘m te rijden. Op dezelfde manier leidt een enorm lange track vanuit Bcharre ons onverwachts op een aantal van de meest lonende all-mountain trails die je maar kunt wensen. We rijden een smal en slingerend lint van singletracks door het prachtige Tannourine-reservaat om te eindigen met een overnachting in een klooster. Enkel om de volgende morgen met frisse tegenzin te beginnen aan een hike-a-bike de rauwe berghelling op. Onze ritten groeien uit tot acht uur durende epische tochten, de flow van de ritten wordt af en toe doorbroken door verwarring, haarspeldbochten en gejuich wanneer we trails weer terugvinden.

Geen Alpen

Buiten de dorpjes om zijn we alleen op de trail, maar het geluid van geweerschoten stopt geen moment. Steeds weer rijden we over soms hele tapijten van geweercartridges en .22-hulzen. Ondanks de nabijheid van Syrië is de angst om per ongeluk als troffee van een jager te eindigen eigenlijk onze enige angst. Tenminste, tot de vierde dag, wanneer we een mijnenveld inrijden. Nadat we zowel de route als een uur tijd hebben verloren aan het zoeken in de naar de trail – en dat in een hitte van meer dan dertig graden – pakken we onze gps erbij. We rollen via een smal pad over de heuvel naar beneden en komen uit bij een flink aantal rode driehoekige borden. We kunnen niet lezen wat er in het Arabisch geschreven staat, maar het doodshoofd is een redelijk bekend internationaal symbool. We staan er ongelovig naar te kijken, niet goed wetende of we zojuist aan de dood zijn ontsnapt, dat de bordjes gewoon een soort grap zijn of dat ze er zijn neergezet door een jager die zijn jachtgronden af probeert te bakenen. Tibor brengt ons terug uit onze gedachtes met de woorden: “Wegwezen hier.” Het is een niet zo subtiele herinnering aan het feit dat we hier niet in de Alpen zijn…

Bestaan oppakken

Terwijl we ons een weg banen door de Libanese bergen, rijden we op off-camber stukken langs berghellingen, carven we onze lijnen in kleiachtige bospaden en dragen we onze bikes op onze schouders weer een nieuwe klim op. We dompelen onszelf onder in de grotendeels christelijke cultuur van het noorden en de islamitische cultuur van het zuiden, terwijl onze enthousiaste gids ons continu van info voorziet gedurende de tijd die we in de Landrover doorbrengen. De historisch feiten die onze driver Ziad aan de lopende band opsomt helpen ons dit land te begrijpen, maar ze steken schril af tegenover onze hands-on ervaringen. Na een veel te korte week realiseren we ons steeds meer waar de Libanon Mountain Trail echt over gaat. Als mountainbiketrail is het zeker niet perfect, maar het feit dat deze trail bestaat is bijna een wonder. Er zijn maar weinig landen met een dergelijk oorlogsverleden die zo succesvol de resetknop hebben kunnen indrukken en het bestaan weer hebben kunnen oppakken. De lange, bewegwijzerde trail is een bewijs hiervan. Terwijl ik in de schaduw van een boom even stop om de doorns uit mijn kniebeschermers te trekken, realiseer ik me dat we niets meer dan een warm welkom zijn tegengekomen in een hoek van de wereld die door de meeste mensen wordt bestempeld al een no-go zone. Terwijl we door bergen en dorpjes rijden die ooit slagvelden waren, weten we dat deze trip er eentje vol uitdagingen was. Maar gelukkig is het enige bloed dat vloeit, komt uit de doornkrassen op mijn schenen.

Meer informatie 

Wat is de Libanon Mountain Trail? De LMT is een 470 kilometer lang, gemarkeerd wandelpad opgezet in 2005, dat loopt tussen Qbaiyat in het noorden tot Marjaayoun in het zuiden. Het is verdeeld in 26 delen, elk tussen de tien en twintig kilometer lang, elk met klimmen en afdalingen tussen de 400 meter en 1300 meter. Elke sectie begint en eindigt in of in de buurt van een dorp waar je voor ongeveer dertig euro per nacht accommodatie kan vinden in guesthouses en kloosters. Het is een goed idee om het uiterste, door Hezbollah gecontroleerde, noorden te vermijden, evenals het uiterste zuiden in de buurt van de Israëlische grens.

De LMT varieert van rotsachtige voetpaden en fireroads, tot open berghellingen en dichte bossen. Je rijdt nooit veel boven de 2000 meter, wat inhoudt dat je in theorie het hele jaar door kunt rijden, maar de sneeuw op sommige hogere stukken betekent dat de lente (maart-mei) en de vroege herfst (september-oktober) betere periodes zijn om het te proberen. Met name de singletracks op de secties 6, 7, 9, 19 en 20 zijn de moeite waard, de klim- en klauteltocht op sectie 19 kun je beter overslaan. Zie deze route meer als een avontuur in plaats van een MTB-parcours. Lokale gidsen en ondersteuning, het kan worden geregeld via Raja Saade bij www.clubthermique.org. Gedetailleerde kaarten van elke sectie en informatie op het spoor zijn verkrijgbaar bij de LMT-organisatie zelf: www.lebanontrail.org