Veel mensen vinden de stap naar tubeless rijden nogal spannend. ‘Wat heb ik er nu precies aan, kan het wel met mijn banden en/of wielen en kan ik het wel?’ In onze Trailbiketest van Up/Down 2 heb je al kunnen lezen dat we dankzij het tubeless maken van alle testfietsen, we de zeventien lekken van vorig jaar hebben kunnen reduceren tot een enkel lek. Om de wasmiddelenfabrikanten aan te halen: dat lijkt ons significant beter. Maar het niet langer lekrijden is eigenlijk een bijkomend voordeel van de werkelijke reden waarom ook jij tubeless moet gaan rijden: meer grip en comfort.

Grip & comfort

We beginnen bij het eerste voordeel, grip. In het geval van ‘zachtere’ banden maakt meer oppervlak contact met de grond, zodat alle noppen grip houden met de ondergrond. Moderne banden zijn zelfs ontworpen om zo te rollen. Maar, horen we je denken, ga ik dan niet veel langzamer met die zachte banden? Nee, onderzoeken hebben aangetoond dat het – mits je de juiste spanning hanteert – amper verschil maakt, terwijl de toename van grip en comfort weer wel echt verschil laat zien.

Dan comfort, ook niet onbelangrijk. Door te rijden met een lagere spanning vreet de ‘vering’ van de banden bijna al het kleine spul op dat je op de trails tegenkomt, zodat je een veel soepeler gevoel ervaart. Hoe goed dit werkt merk je bijvoorbeeld aan de plus-banden, die in sommige gevallen een achterdemper zelfs overbodig maken.

Maar even een paar stappen terug. Want waarom kan je niet gewoon de bandenspanning in je binnenband verlagen en zo dezelfde voordelen behalen? Eén woord: snakebite. Mocht je deze term niet kennen, dan is de kans groot dat je wel weet wat het is, twee van die kleine gaatjes in je binnenband, zoals de beet van een slang. Deze vorm van lekrijden ontstaat wanneer je tegen een obstakel rijdt en je velg door een te lage bandenspanning tegen je binnenband knalt en aan beide kanten gaatjes achterlaat. Doordat je met tubeless banden zonder binnenband rijdt kan een dergelijk probleem dus onmogelijk optreden.

Je kunt in principe bijna elke velg tubeless inzetten, de kans is zelfs groot dat je nu al rijdt met tubeless ready velgen. Voor de banden zelf geldt hetzelfde, er staat in dat geval de aanduiding ‘Tubeless Ready’ (TL) op. Ontbreekt de vermelding, dan kan je band alsnog geschikt zijn, zoek dan even online op of dit het geval is. Houd er wel rekening mee dat de passing van de band het de velg nauw luistert, dus wil je het zekere voor het onzekere nemen kies dan voor een tubeless geschikte velg en band.

Hoe dan?

Goed, we hebben je hopelijk overtuigd dat het echt de hoogste tijd is om tubeless te gaan rijden, maar je hebt nog wel wat vragen. Hoe werkt het precies, wat heb je nodig, hoe moet dat dan en wat als je dan toch lekrijdt? Om een lang en technisch verhaal te voorkomen, volgen hier in het kort de antwoorden.

Hoe het werkt: je velg heeft een opstaande rand, waar je buitenbanden, door er een kort moment hoge druk in te pompen, in ploppen. Hierdoor ontstaat een afgesloten ruimte in de banden, die je vervolgens vult met een vloeistof, die de randen afdicht en zorgt dat er geen lucht kan ontsnappen. Zo creëer je dus een luchtdichte kamer, waar je enkel door een los ventiel lucht in- en uitlaat. En wat als je dan toch lekrijdt? In het geval van een klein gat, wat negen van de tien keer het geval is, stroomt de vloeistof in het gat en deze dicht direct het gaatje, nagenoeg zonder verlies van lucht. Is het gat echt zodanig groot dat de vloeistof dit niet aankan, dan heb je twee keuzes: rijden met een reservebinnenband of rijden met proppen, of zoals onze Zuiderburen zeggen: saucissen. Klinkt net wat leuker. Hoe dit werkt, dat leggen we onderaan het artikel uit.

Goed, wat heb je nodig?

Naast velgen en buitenbanden: velglint, doek, ontvetter, zeep, bandenlichters, ventielen, tool, dichtvloeistof , schaar, compressor, (hogedruk)pomp of tire booster.

Tubeless easy set

  1. Je begint met het goed ontvetten van de velg. Een doek en een ontvetter volstaat. Heb je gebruikte banden, maak dan ook even de randen van de buitenband schoon met doek en ontvetter.
  2. Plak de tape strak (niet overdrijven) op de velg. Let op, velglint komt in verschillende maten, je kiest uiteraard voor het breedste lint die past bij de binnenbreedte van je velg. Je start met plakken tegenover het ventiel en je eindigt zodanig dat het velglint ongeveer 10 a 15 centimeter overlapt. Dit dus zodanig dat je bij het ventiel dus maar 1 laag hebt, het doorprikken wordt anders lastig. Je knip het velglint af met een schaar.
  3. Vervolgens pak je het ventiel en draai je de nippel dicht tot ongeveer 3 millimeter onder de bovenkant. Hiermee creëer je een perfect en stevig puntje om door het lint heen te prikken. Positioneer het ventiel aan de binnenkant van de velg boven het ventielgat en prik het in een beweging door het lint heen. Draai vervolgens aan de andere kant het ringetje hand-vast.
  4. Gefeliciteerd, je hebt een tubeless ready velg. Viel mee toch? Nu is het tijd om de band op het wiel te leggen. Als je dit gedaan hebt pak je een sopje of bijvoorbeeld een ‘easy fit’ vloeistof en daarmee sop je de wangen van de band in, zo dicht bij de velg als mogelijk. Dit zorgt ervoor dat de band straks makkelijker op zijn plaats in de velg plopt. Smeer beide zijdes hiermee in.
  5. Nu wip je een kant van de band eruit, ongeveer een kwart van de band. Hiermee creëer je een kuipje voor de vloeistof. Protip: zorg ervoor dat je de band losmaakt op de plek van het ventiel, dit is straks de laatste plek waar je de band op de velg legt. Dit omdat rondom het ventiel de passing wat smaller is, deze wil je dus tot het laatste bewaren.
  6. Vervolgens giet je de dichtvloeistof in de band. Check even goed hoeveel dit moet zijn, dit verschilt per fabrikant. Schud voor gebruik goed het flesje.
  7. Zonder te morsen leg je met behulp van bandenlichters de band weer om de velg.
  8. Dan pak je het ventielsleuteltje. Ja, dat is dat kleine vreemde stukje plastic. Hiermee draai je de nippel los uit het ventiel. Waarom? Omdat je op deze manier een veel grotere luchtinlaat creëert. In de volgende stap willen we de band op de velg laten ploppen, hiervoor is een flinke en korte stoot lucht nodig.
  9. Dit is de kroon op je werk, het veelbesproken ploppen. Met behulp van een compressor, pomp of tire booster blaas je met een stoot lucht in een keer de band op de velg. Dit gaat gepaard met een ‘ploppend’ geluid, wat betekent dat de band er goed op zit. Met een vloerpomp moet je meestal pompen tot een bar of 3. Soms is het ook mogelijk om een gewone voetpomp te gebruiken, maar dit lukt zeker niet altijd. Uiteraard kun je ook gewoon naar de benzinepomp rijden om daar even hun compressor te gebruiken.
  10. Je zult nu zien dat als je de pomp verwijdert en de lucht weer ontsnapt, dat de band mooi blijft hangen op de velg. Vervolgens draai je met het tooltje het ventiel weer terug en pomp je de band met een gewone pomp op.
  11. Schudden maar. Het is nu zaak de vloeistof goed te verdelen over de band. Dit doe je door het wiel beet te pakken als een stuur en de vloeistof goed rond te laten vloeien. Keer het wiel om en doe dit aan beide zijdes. Als grande finale pak je het wiel bij de assen beet en laat je het even ronddraaien.
  12. Welkom bij de club. Dat viel wel mee toch? Nu begint het leukste, het spelen met de spanning om te ontdekken welke spanning jij het fijnste vindt. Neem een pomp mee op je volgende rondje en probeer van alles uit, schroom ook niet om met wat lagere spanning te rijden dan je voorheen deed.

Volgens de fabrikanten dien je elke drie maanden de vloeistof te vervangen, maar een aantal van onze redacteuren rijdt inmiddels al meer dan een jaar op de dezelfde vloeistof rond, zonder problemen. Dus ontdek zelf wat jij prettig vindt.

Wacht, we hadden je nog wat beloofd. Want, wat nou als je echt een serieus gat rijdt waar je vloeistof niet tegen opgewassen is? Je kunt in een dergelijk geval een binnenband gebruiken. Maar, in combinatie met de vloeistof geeft dit een hoop troep. Beter is dan ook gebruik te maken van de saucissen, in Nederland misschien beter bekend als ‘proppen’. Dit zijn nagenoeg dezelfde proppen die gebruikt worden bij scooteren autobanden. Een setje koop je goedkoop online en bestaat uit een ronde vijl, een speciaal tooltje en rubber proppen.

Mooier is nog de set van Sahmurai Swords en beide tools verstop je – heel slim – in je stuureindes, zodat je nooit zonder zit. Daar houden wij van.

Hoe je te werk gaat:

  1. Traceer het lek en steek de puntige vijl in het gat. Draai deze goed in en uit, en in het rond.
  2. Pak een rubber prop en steek deze door het oogje van het tooltje, tot deze ongeveer in het midden zit.
  3. Prik de tool met het rubber door het gat naar binnen, tot deze er echt goed inzit. Dit kost even wat kracht.
  4. Draai het tooltje een kwartslag en trek het er vervolgens weer uit.
  5. Het rubber blijft achter en dicht is het gat. De slierten kun je gewoon laten zitten, of afknippen als je dat mooier vindt. Dit is wat ons betreft echt de mooiste en snelste manier. Bovendien zijn de tools stukken lichter en minder volumineus dan een binnenband.

Schwalbe Tubeless Easy set: € 64,90 www.schwalbe.nl

Sahmurai Swords: € 37,- (bevat beide tools en 5 plugs) en € 11.- voor 10 extra plugs. www.sahmuraisword.nl


Zoals je gemerkt hebt, willen wij echt heel graag dat je ‘tubeless’ een keer probeert. Gewoon omdat je op zo’n simpele manier zo veel meer rijplezier ervaart. Om ons verhaal wat kracht bij te zetten mogen we van Schwalbe vijf Easy Tubeless-setje weggeven. In deze set vind je alles wat je nodig hebt om aan de slag te gaan, exclusief banden en velgen natuurlijk.

Laat ons weten in welke situaties jij tubeless zou willen rijden. Je kunt onderaan dit artikel reageren, via de Facebook-pagina van Up/Down, of stuur een mail naar info@soulonline.nl


Dit artikel is afkomstig uit Up/Down magazine nummer 3 van 2017. Meer lezen? Bestel ‘m dan nu in de SOUL Webshop of neem een abonnement op Up/Down en geniet van alle voordelen die dit met zich meebrengt!