Bij nieuwe schoenen of een spijkerbroek is het een van de belangrijkste criteria: de pasvorm. En dan vooral dat het lekker moet zitten. Ondanks het oog voor pasvorm zullen weinig mountainbikers weten hoe de geometrie van hun fiets invloed heeft op de rij-eigenschappen of hoe hij voelt als je erop zit. In toekomstige nummers van UP/DOWN zullen we op bepaalde elementen van de geometrie dieper ingaan. Maar in dit nummer deze eerste introductie.

Om te komen tot de geometrie van de specifieke fiets (en de maat) die jij op het oog hebt, heeft de ontwerper tal van compromissen moeten sluiten. Bepaalde elementen van de geometrie dragen bij aan stabiliteit bij het rechtuit rijden, weer andere dragen bij aan de wendbaarheid van je fiets. Vaak werken deze twee elementen, wendbaarheid en stabiliteit, negatief op elkaar. Het is niet mogelijk om een zeer stabiele fi ets te maken die ook nog eens erg wendbaar is. Dus daar moet een compromis in gemaakt worden. De ware kunst van het ontwerpen van frame en geometrie zit ‘m dan ook in het bepalen van de punten waarop je het compromis sluit. Daarom is het belangrijk te weten wat de toepassing van de fiets wordt: in een fiets ontworpen voor crosscountrywedstrijden zullen nu eenmaal andere compromissen gesloten worden dan in een fiets voor recreatief allroundgebruik.

Omdat de informatie over geometrie goed beschikbaar is op de websites van de fabrikanten, maar meestal in het Engels staat geschreven, zijn we bij de benamingen meestal van de Engelse naam uitgegaan, tenzij er een goed Nederlands woord voor is. Wij zijn trouwens nog steeds van mening dat je altijd een fiets moet gaan ‘passen’ voor aankoop. De theoretische kennis die je opdoet door dit artikel kan je, wat ons betreft, hooguit helpen om inzicht te krijgen in de eigenschappen van een fiets. Het zal het voelen en testrijden van fietsen niet kunnen vervangen.

TOP TUBE LENGTH (BOVENBUISLENGTE)
Deze maat loopt van het midden van je zadelpen horizontaal naar het midden van je stuurbuis en is een van de meest bepalende factoren in hoe groot of klein je fiets voelt. Dit is ook een van de maten die wordt toegepast bij verschillende fietsmaten, zodat een langere fietser ook daadwerkelijk op een grotere fiets past. Een lange bovenbuis geeft je het gevoel gebogen voorover te zitten in een aerodynamische houding en biedt relatief veel druk op het voorwiel om goed en snel te kunnen klimmen, ideaal voor wedstrijdgebruik dus. Het nadeel is dat je goed getrainde rompspieren moet hebben om lang in deze houding te zitten. Dus niet erg comfortabel voor mensen die recreatief fietsen. Een korte bovenbuis doet je meer rechtop zitten, laat je meer wind vangen en vraagt wat meer inzet bij steile klimmetjes. Op langere tochten is dit meer comfortabel en het geeft meer controle bij het sturen. Een gemiddelde fietser kan een verschil van vijf tot tien millimeter lengte in de bovenbuis al voelen. Door de verschillende framevormen kun je het beste horizontale bovenbuislengtes met elkaar vergelijken. De bovenbuislengte van je frame ligt natuurlijk vast, maar je kunt hier een beetje mee spelen door een voorbouw in een andere lengte te monteren. Dit heeft weliswaar wel weer invloed op de stuureigenschappen van je fiets.

STANDOVER HEIGHT
De hoogte, vanaf de grond gemeten, van het laagste punt op de bovenbuis. Deze variabele heeft weinig invloed op het rijgedrag van de fiets. Toch is het prettiger om een lage standover height te hebben, aangezien het dan makkelijker is om in steile en moeilijke passages van je fiets af te stappen en niet met de edele delen op de bovenbuis te belanden. Een fiets met een lage standover height geeft een gevoel van zekerheid.

ZADELHOOGTE/ STUURHOOGTE
De verhouding tussen de hoogte van je zadel en de hoogte van je stuur geeft bijna hetzelfde gevoel als een langere of kortere bovenbuislengte. Is je zadel veel hoger dan je stuur? Dan heeft dit hetzelfde effect als een lange stuurbuis. Een lager zadel voelt hetzelfde als een kortere stuurbuis. Dit is ook precies de reden waarom de verstelbare zadelpennen zo prettig zijn. Voor technische en moeilijke stukken verlaag je je zadel om meer bewegingsvrijheid te krijgen, maar het zadel zit ook weer hoog als je hard moet trappen om naar boven te komen.

SEAT TUBE LENGTH (ZITBUIS)
Ook hier geldt weer min of meer hetzelfde als bij de voorgaande twee. Is de zitbuis lang, en kom je dus hoog te zitten? Dan heb je een effi ciënte fi ets die hard kan fietsen, maar niet zo comfortabel is. En omgekeerd geldt natuurlijk het tegenovergestelde. In principe zou de maat van je fiets (of dat nou in s, M of L wordt aangegeven of in inches 16″, 18″ en 20″), zoals hij wordt aangeduid in de catalogus, moeten slaan op de lengte van de zitbuis. Maar door de jaren heen hebben diverse fabrikanten daar diverse interpretaties in gevonden. Je kunt daarom niet zomaar een fiets in een achttien inch maat van het ene merk vergelijken met een achttien inch van het andere merk.

CHAINSTAY LENGTH (LENGTE VAN DE LIGGENDE ACHTERBRUG)
Korte chainstays geven een fiets een speels karakter. Je fiets is wat makkelijker op zijn achterwiel te trekken om een greppel over te steken, doordat het wiel meer onder het achterwerk van de berijder zit. Enig nadeel zou kunnen zijn dat de wielbasis korter wordt en dat zou de fiets op hogere snelheden onzekerder maken. Door de noodzaak om, bij full-suspensionontwerpen, de scharnierpunten tussen de achteras en de bracket in te moeten bouwen, is het voor ontwerpers soms tricky om de chainstays zo kort mogelijk te houden.

HEAD TUBE ANGLE (STUURHOEK)

Dit is een heel belangrijke variabele. Deze bepaalt in hoge mate hoe je fiets zich in bochten gedraagt. Een steile stuurhoek (steiler dan zeventig graden) geeft een heel scherp stuurgedrag, maar voor de minder geoefende fietser, op hoge snelheden en in downhills, kan dat ook omslaan naar zenuwachtig en moeilijk te controleren stuureigenschappen. Door de steile stuurhoek klimt de fiets wel erg goed. Een vlakke stuurhoek, in het Engels vaak aangeduid met de term slack (68 graden en minder), geeft een ontspannen en rustig stuurgedrag. Het voelt minder scherp aan en is wat minder wendbaar. Bij het downhill-wedstrijdfietsen kunnen de stuurhoeken zelfs tot 63 à 64 graden gaan om maximale stabiliteit te geven, maar betreffende fietsen zijn voor gewone stervelingen zoals wij niet door de bocht te krijgen. Zoals je ziet komt het bijna op de graad nauwkeurig aan. Er wordt zelfs gezegd dat een redelijk geoefende fietser het verschil zou kunnen voelen van een halve graad meer of minder stuurhoek. De laatste jaren is de trend dat de stuurhoeken wat vlakker worden, zelfs van crosscountry-wedstrijdhardtails (dit gaat ook weer om een enkele graad). Het extra comfort resulteert zelfs bij wedstrijden in een betere finishtijd dan de directheid van bij een steile stuurhoek geeft.

SEAT TUBE ANGLE (ZITHOEK)
Zit er in de stuurhoek nog wat spreiding, de zithoeken van verschillende merken en fietsen zijn inmiddels redelijk vastgelegd rond 72 tot 74 graden. Deze wordt voor een belangrijk deel ook bepaald door de ideale hoek waarin je als fietser boven je trappers moet zitten om de kracht optimaal over te brengen. In een steilere zithoek zit je agressiever boven de trappers, zodat je meer kracht kan overbrengen. Een vlakkere zithoek is weer comfortabeler, maar met minder mogelijkheid om je kracht over te brengen. De zithoek wordt altijd gemeten door het midden van de trapas en de zadelpen. In de praktijk kan bij creatieve frameconstructies de werkelijke zadelbuis een vlakkere hoek hebben, omdat er ruimte is gemaakt voor een demper (zie de test van de Cube Stereo verderop in dit nummer). Zowel zithoek als stuurhoek zijn in de verschillende maten meestal hetzelfde.

BOTTOM BRACKET HEIGHT (BRACKETHOOGTE)
Een erg onopvallende variabele die desondanks veel invloed heeft op het rijgedrag van je fiets. Een lage bottombracket zorgt voor veel grip in bochten, het gewicht van de rijder wordt immers dicht bij de grond gehouden. Het nadeel is dat je in zeer oneffen terrein tijdens het trappen met je cranks of pedalen sneller de grond zult raken. Ook moet een ontwerper een fiets met meer veerweg noodgedwongen voorzien van een hogere bracket, zodat deze niet op de grond slaat als de fi ets door zijn veerweg zakt. Over het algemeen geldt dat voor een fiets met een lagere bottombracket meer techniek vereist is, maar dat kan resulteren in betere fietseigenschappen, vooral in bochten.

WHEELBASE (WIELBASIS)
Een belangrijke factor die meebepaalt hoe de fiets rijdt. De afstand tussen het midden van de twee wielen. Een langere wielbasis maakt een fiets minder wendbaar, maar stabieler op hoge snelheden en bij het rechtuit rijden. Een kortere wielbasis doet precies het tegenovergestelde.


tekst: Bas Rotgans