Je kan het gewoon niet hebben gemist – gedurende het laatste jaar is hoog van de toren geblazen over de ‘nieuwste’ trend in mountainbikeland: 29’ers. Mountainbikes met 29 in plaats van 26 inch wielen. Fabrikanten schreeuwen de voordelen van de daken, mountainbikers uit de Lage Landen lijken en masse te vallen voor deze trend. Het rolt beter, gaat goed over obstakels heen en zit natuurlijker, aldus de voorstanders. Wedstrijdrijders gaan inmiddels massaal op de grotere voet leven. Maar… nieuw?

Tekst en foto’s: Irmo Keizer

29 inch wielen hebben velgen met een diameter van 622mm. Leg de band erop en je komt in de buurt van 29″. Grote wielen. Deze wielen werden al in de jaren tachtig geïntroduceerd op productie mountainbikes. De Brit Geoff App nam contact op met Gary Fisher en Charlie Kelly en presenteerde zijn idee. De twee Amerikanen waren onder de indruk van het kunnen van de bikes met grote wielen. De eerste mountainbikes werden verkocht door Apps eigen bedrijf – Cleland Cycles. Wat bleek het grootste probleem? De beschikbaarheid van 29 inch banden. De mountainbikeindustrie had het al druk genoeg met de opkomst van de ‘gewone’ mountainbike en in 1984 stopte de productie van Cleland.

In die tijd was de term 29’er nog niet gelanceerd. Verschillende partijen claimen de ‘uitvinding’ van de term. Eerlijk gezegd zal het ons een zorg zijn wie dat woord nu voor het eerst in de mond nam. Feit is dat in de jaren na de ondergang van Cleland diverse andere partijen een poging ondernamen om een 29’er op de markt te brengen. Zo deed Klein een poging, net als Bianchi, Diamondback en ook het grote Specialized. Toch bleven al deze fabrikanten tegen dezelfde problemen oplopen; voor een 29 inch fiets heb je passende banden en voorvorken nodig en die werden nauwelijks gemaakt. Uiteindelijk was het Wilderness Trail Bikes (WTB) die in 1999 startte met de productie van de eerste echte productie 29″ buitenband, de Nanoraptor. White Brothers kwam met een 29″ voorvork. Inmiddels waren de grote merken weer van het concept afgestapt en werden 29’ers vrijwel uitsluitend door kleine bedrijfjes als Niner geproduceerd.

Nu, tientallen jaren verder, lijkt 29 inch eindelijk door te breken. Trek gooide het overgenomen Gary Fisher-merk overboord (nu: Gary Fisher collection by Trek) en had zo direct 29″ hardtail en fullies onder haar eigen merknaam. Specialized, Trek, Kona, Bulls, Turner, Scott, Intense… het wordt steeds lastiger om een merk te vinden dat geen 29 inch model in haar line-up aanbiedt. En degene die er nog geen een heeft, zegt hard bezig te zijn om er eentje te ontwikkelen.

De omstandigheden van de afgelopen periode zijn op zijn zachtst gezegd belabberd te noemen. Lagen er eerst nog plateaus ijs in de bossen die het rijden tot een hachelijke onderneming maakten, nu is het modder dat vooral de lol na het fietsen stevig doen afnemen. Toch bieden juist dergelijke omstandigheden een goede eerste mogelijkheid om een 26er rechtsstreeks met een 29’er te vergelijken. We gaan erop uit en nemen de ‘rechttoe, rechtaan’ paden. Uitgerust met de Trek Elite 9.9SSL (26’er) en de Trek Superfly Elite (Gary Fisher Collection en dus 29’er). Aan de Elite hebben we een paar kleine aanpassingen gemaakt, zodat de zit beter te vergelijken is met die van de Superfly.

Wanneer je voor het eerst op een 29’er stapt zal vooral het formaat je opvallen. Het ziet er onwennig uit. De verhoudingen ogen raar. De wielen enorm. Dat gevoel blijft hangen zodra je op de fiets zit. Er steekt heel veel band voor je uit. Na ettelijke trainingsrondjes, een paar honderd kilometer later, ebt dit gevoel langzaam weg. De maat went, de verhoudingen wennen en de grote wielen vallen minder op. De zit op de fiets voelt gewoon goed aan. Om eerlijk te zijn – je voelt na een tijd weinig verschil meer, of je op een 26’er of een 29’er zit.

In het terrein is het een ander verhaal. We rijden over modderige landwegen. De hele toplaag is veranderd in een vloeibare smurrie. Op de Trek Elite 9.9 SSL schuiven we alle kanten op. Fietsen is geen probleem, maar één spoor blijven rijden is zelfs met de juiste banden onmogelijk. De verwachting was dat dit nog erger zou worden met de 29’er – je zakt immers minder makkelijk ‘door’ de modder als gevolg van het grotere contactoppervlak. Leek ons niet handig. Bleek anders uit te pakken. De 29’er stoempte moeiteloos rechtdoor op het glibberige pad. Even later volgde een afdaling. Absoluut niet technisch, maar wel grof. En weer bleek de 29’er hier in het voordeel, rijdend op dezelfde lijn reed degene op de fiets zonder te trappen weg van de 26’er. Rolt het dan echt zovéél beter?

Ook in Aken gaan beide hardtails mee, waarbij wortels met speels gemak door de 29’er worden verslonden. De paden zijn ook prima te rijden op de 26’er, maar je hoeft veel minder te werken op de 29’er. Je knalt er simpelweg overheen. Het extra volume in de banden is merkbaar, qua comfort, maar helaas ook bij een sprintje. Hier merk je dat je banden (en wielen) een stukje zwaarder zijn. Ga je er verschrikkelijk veel langzamer door? Nee.

Deel één zit erop. Beide Treks zijn over typisch Nederlands terrein gegaan. Makkelijk, goed berijdbaar en ook vooral modderig. Hoewel ik van tevoren zo mijn vooroordelen had over de grote wielen, moet ik zelfs nu al concluderen – voor de gemiddelde Nederlandse mountainbiker zou die 29’er wel eens dé bike kunnen worden. Toch blijf ik mijn twijfels houden. Het wordt tijd om de bikes in nog technischer terrein goed aan de tand te voelen. Beïnvloedt het formaat van frame en wielen de speelsheid van de fiets? Hoeveel blijft er over van de ‘gooi- en smijtfactor’ op technischere trails? En hoe rijdt een full-suspension 29’er? Om naast de grote wielen ook nog een dempersysteem in een frame te bouwen is niet makkelijk.

Wij zullen de komende tijd diverse 29 inch mountainbikes meenemen naar verschillende types terrein. Het gaat ons hierbij niet om welk model van welk merk het ‘beste’ is. Wij zijn op zoek naar het omslagpunt tussen 26’er en 29’er. Vanaf welk punt kun je beter voor de grote wielen kiezen. En andersom. Hiervoor gaan we op pad met hardtails, xc-fullies en allmountain fullies. Houd toekomstige nummers van UP/DOWN in de gaten.


Waarom 29 inch, is natuurlijk de grote vraag. De theorie laat een aantal voordelen zien. Zo zal een groter wiel makkelijker over obstakels rijden dan een wiel van een kleiner formaat. Dat heeft te maken met de ‘angle of attack’ – de hoek die je banden maken met het obstakel. Daarnaast bieden de banden een betere grip. Er is immers een groter oppervlak band dat contact maakt met de ondergrond. Dus – harder de bocht in, makkelijker de technische klim op en harder die stuiterende afdaling af. Ook zal je op losse ondergronden beter ‘op’ de ondergrond blijven rijden. En de 29’ers zijn makkelijker op gang te houden – de kinetische energie van de grote wielen is in het voordeel. De langere wielbasis, gecombineerd met het grotere contactoppervlak zorgt voor een stabiel platform. Een hogere bottombracket maakt het makkelijker om obstakels te fietsen zonder dat je kettingbladen daarop botsen. Voor de langere rijders onder ons is er nog een groot voordeel – de grote banden zorgen voor een betere ‘pasvorm’ van de fiets in zijn geheel. Uiteraard vertaalt bovenstaande zich ook naar een aantal nadelen, maar daar horen we minder fabrikanten over. Het kost meer energie om het grotere wiel – met bijbehorend hoger gewicht (banden, velgen en spaken) en dat zich ook nog eens verder van de draaias bevindt – op gang te krijgen. De wielen zijn minder stijf, doordat langere spaken worden gebruikt alsook een velg met een grotere diameter. Afremmen kost meer energie. Sturen voelt indirecter. En je zwaartepunt ligt hoger, wat zich weer kan vertalen in een minder stabiele wegligging. Uiteraard betekent het grotere frame en de grotere voorvork ook een gewichtstoename.