Naar aanleiding van de vorige UP/DOWN kregen we het – terechte – commentaar dat we alleen maar over full-suspensions schreven. Nu is het echt niet zo dat wij onze neus ophalen voor hardtails óf dat we een bodemloze portemonnee hebben en we eindeloos op die duurdere fietsen kunnen rijden. Het is er min of meer toevallig zo van gekomen. Er zijn genoeg leuke hardtails te koop. En als je iets verder zoekt zijn er zelfs hele toffe ontwerpen te krijgen. Daarom besloten we om eens wat appels met peren te vergelijken.

Tekst: Bas Rotgans
Foto’s: Michiel Rotgans

Waarom we drie van die min of meer onvergelijkbare hardtails naast elkaar zetten? Omdat de leukste karakteristieken naar boven komen als je juist de extremen naast elkaar zet. Als je drie hardtails vergelijkt die allemaal 999 euro moeten kosten in de winkel, ga je uiteindelijk zitten neuzelen over details die er in onze ogen niet zo heel erg toe doen.

Daarom hebben we drie exoten uitgezocht, een Kona Unit, een Van Nicholas Zion Rohloff en een Kuota Kaya XX. Toevallig is het frame van geen van deze fietsen opgetrokken uit aluminium, uiteraard het materiaal waaruit nog steeds verreweg de meeste frames worden gebouwd. We hebben een stalen Kona, van titanium-specialist Van Nicholas uiteraard een titanium frame en een vlieggewicht carbon Kuota. De gebruikte materialen hebben natuurlijk allemaal invloed op het rijgedrag van de fietsen. Staal en titanium bieden beide een gevoel dat bijna op eenzelfde wijze afwijkt van het gebruikelijke aluminium mountainbikeframe. Er zit een klein beetje flex in het frame, dat op de juiste momenten zorgt voor wat demping en comfort. Het verschil tussen staal en titanium zou zijn dat laatstgenoemde toch wat springeriger voelt. In het geval van de Kona versus de Van Nicholas klopt dat helemaal. De Kona geeft het gevoel dat hij zich meer leent om overal overheen te walsen – en de Van Nicholas danst over het terrein en lijkt elk moment klaar te zijn om een tussensprintje te trekken. Bij het carbon frame van de Kuota voel je vooral dat hij stijf is, het lage gewicht van het frame gaat – in positieve zin – verborgen in de geheel superlichte opbouw. Dus in die zin voel je het voordeel van het gebruikte materiaal ook.

Kona Unit € 799,-
Wij vragen ons af of de Unit – van alle fietsen die op dit moment in de winkels verkrijgbaar zijn – de meeste plezier per euro biedt. De fiets is niet duur, maar er zit natuurlijk ook weinig op. Geen versnellingen, geen vering, geen hydraulische schijfremmen. In plaats daarvan krijg je één voor- en achterblad, schijfremmen die op kabels werken en een stalen voorvork. Onze eerste vraag was natuurlijk: krijgen we dit singlespeed bakbeest überhaupt een compleet rondje Schoorl rond zonder af te stappen? En dat bleek veel minder een probleem te zijn dan wij dachten! Sterker nog, de volstrekte eenvoud van de fiets maakt dat je een wonderbaarlijk goede connectie hebt met de grond. Meer dan bij een fiets waar een derailleur onderdeel is van de aandrijflijn. Ook als je ‘uitspint’ of in de pedalen moet voor een steil stuk. Het brede stuur helpt eveneens wonderbaarlijk goed om in klimmetjes extra hefboom te creëren om dat laatste beetje kracht door de pedalen naar de grond te wringen. Tot onze grote verbazing hebben we meer last van het ontbreken van een geveerde vork, dan van de missende versnellingen. Ook al ‘dempen’ de 29 inch wielen en de flex in het stalen frame en vork de inkomende oneffenheden een beetje. Het leuke is dat je deze fiets al naar gelang de omstandigheden zou kunnen bijstellen. Versnellingen zijn er (met behulp van een los verkrijgbare pad) ook op te monteren, de remmen zou je te zijner tijd kunnen vervangen door hydraulische voor meer remkracht en je zou er nog eens een geveerde voorvork in kunnen schroeven. Al met al laat de Unit een beetje de indruk achter van een oudere Land Rover; spartaans, niet te slopen, altijd te repareren en helemaal in zijn element in het terrein.

Van Nicholas Zion Rohloff € 3470,-
Is de Unit een Land Rover, dan is de Zion een Aston Martin. Net als een Aston met sportieve genen in zijn DNA, maar met titanium componenten in plaats van een notenhouten dashboard. Het Nederlandse Van Nicholas is titaniumspecialist en dat is aan de mooie details op dit frame te merken, zoals de uitvaleinden waarin de V sierlijk is verwerkt of de titanium zadelpenklem. De Zion is in verschil-lende uitvoeringen verkrijgbaar, zoals deze uitvoering voorzien van Rohloff-naaf, een singlespeed, een ‘gewone’ gear-variant en zelfs een 29’er. De Rohloff-uitvoering waar wij mee rijden is ongevoelig voor alle bagger die we deze tijd van het jaar tegenkomen. De veertien versnellingen van de Rohloff doen ongestoord hun werk. Wel is het even wennen om op het juiste moment in de juiste versnelling te zitten, een Rohloff-naaf heeft nu eenmaal iets langer nodig dan een reguliere derailleur. Toch is de stilte van een kettingblad voor en achter een waar genot. In theorie zou titanium, net als staal, een bepaalde flex moeten hebben maar dan weer net iets springeriger zijn. Wij vroegen ons af of je zoiets kan voelen – en hoe wij dat dan weer moeten beschrijven – maar na een heleboel testrondjes kunnen we dat alleen maar beantwoorden met een volmondig: “Ja, dat is precies wat wij bedoelen!” Als je op de pedalen gaat staan, dan springt de Zion met-een aan en je hebt het gevoel dat er continu druk op de fiets staat om naar voren te duiken. Dit levert een fiets op die lekker sportief rijdt en een goed scheurijzer is voor snelle rondjes op de Nederlandse routes. Daarbij rijdt hij ook gewoon heel erg lekker en leuk, je komt echt met een grijns op je kop van de fiets af. Dan komen we meteen ook bij de belangrijkste conclusie rondom deze fiets: we zouden ‘m bij nader inzien niet met een Rohloff uitkiezen! Toegegeven, de Rohloff is een prachtige oplossing als je een fiets zoekt met praktisch geen onderhoud aan de aandrijflijn. Maar we kunnen het gevoel niet van ons afzetten dat dit prachtige titanium frame de nog snellere schakeling van een ‘gewone’ derailleur of de eenvoud van een singlespeed verdient, we hebben het gevoel dat het frame nóg meer potentie heeft dan we met de Rohloff-naaf kunnen voelen. Tja, en de gloed van het onbe-handelde titanium ziet er chiquer uit dan welk framemateriaal ook.

Kuota Kaya XX € 6.499,-
Als we de paralellen met autotechniek nog even verder doortrekken, dan is de Kuota een formule 1–bolide. Licht, extreem snel en voor gewone stervelingen niet te betalen. De Kuota zoals wij ‘m berijden moet in de winkel net geen 6500 euro kosten. Een enorme klap geld, zeker als je bedenkt dat het lichte carbon frame ‘maar’ 1500 euro kost. Het verdere vlieggewicht wordt bereikt door een zeer lichte maar ook dure afmontage. Carbon wielen met bladspaken, een volledige XX-groep en een 80mm Magura-voorvork met lock-out. Verder is het een en al carbon componenten, waar je ook kijkt. In deze uitvoering weegt de Kaya minder dan negen kilo en zou hij ongewijzigd inzetbaar zijn in wedstrijden. Tijdens onze rondjes valt de bloedsnelheid van de fiets dan ook meteen op. De Van Nicholas heeft al een sportief karakter dat ‘naar voren’ wil, maar de Kuota doet daar nog een ruime schep bovenop! Als je op een klimmetje even op de pedalen gaat staan vlieg je weg bij je fietsmaatjes en begin je in no-time weer aan de afdaling. Toch is de fiets niet zo oncomfortabel als je op het eerste gezicht misschien zouden denken, je zou het hier best de hele dag op uit kunnen houden. Mede door het extreem lage gewicht rijdt en stuurt hij zelfs speels door technische en hobbelige delen van het parcours. De zwaarste testers maakten zich wel zorgen of de ragfijne spaken in de carbon wielen van Kuota’s huisleverancier Xentis heel blijven. Er is echt niet zachtzinnig met de Kaya gereden en toch is de fiets ongeschonden in de doos teruggestuurd naar Kuota. Wij zullen voorlopig niet weer zo’n snel rondje op Schoorl rijden.

Conclusie
De grote vraag blijft natuurlijk welke van deze fietsen wij zelf zouden gaan rijden. En dan valt er een lange stilte. Want ze hebben allemaal wel íets. De Kuota is een volbloed raspaard bedoeld voor wedstrijden. Maar die ambitie hebben wij niet en hij is écht te duur voor onze portemonnee. Misschien met een meer eenvoudige opbouw, maar dan doe je het hightech karakter van het frame weer geweld aan. De Van Nicholas zouden we heel erg graag rijden als ‘gewone’ gear-fiets. Er zullen maar weinig fietsen zijn die zo snel én mooi rondjes over de Nederlandse routes kunnen rijden. De Kona heeft zijn charmes door zijn eenvoud, maar die zouden we toch een upgrade geven in de vorm van een verende voorvork en misschien betere remmen. Een upgrade waarvan de kosten al snel de nieuwprijs van de hele fiets zouden benaderen. De grap is dat het niet uitmaakt voor welk oplossing jij zelf zou kiezen. Je hebt sowieso een leuke en unieke fiets onder je achterwerk.