Hard van buiten, zacht van binnen

Ik weet het nog goed. Op de Eurobike van een paar jaar geleden krijg ik van een trotse Schwalbe-vertegenwoordiger een doosje met drie rubberen balletjes erin. Op het eerste gezicht ogen ze allemaal hetzelfde, maar laat je ze op de grond stuiteren dan is het verschil ineens heel duidelijk: waar het ene balletje tot zo’n vijftig procent van de originele hoogte terug stuitert, valt een van de andere balletjes nagenoeg dood op de grond neer. Schwalbes boodschap is duidelijk: met de samenstelling, de compound, van het rubber kan een bandenfabrikant de eigenschappen van een band enorm beïnvloeden.

Foto’s: Michiel Rotgans / Tekst: Bas Rotgans

Twee jaar later bevinden we ons op een parkeerplaats tien minuten rijden van het Duitse Aachen. We zijn net even de grens met Duitsland over gegaan en hebben een praktische testopstelling gemaakt van wat die drie balletjes uit het doosje ons probeerden te vertellen. Bij ons in de auto hebben we drie paar identieke Notubes-wielsets voorzien van brede Flow EX-velgen en drie paar nagenoeg identieke Schwalbe-banden. Drie paar Hans Dampfs om precies te zijn, in de maat 26×2.35, allemaal hetzelfde, maar elk paar bestaat uit een andere compound.

rubberfetish special - tekst 1
Compound confusion?
Schwalbe biedt de Hans Dampf in drie varianten aan. Van hard naar zacht: PaceStar, TrailStar en VertStar. Elke compound is Triple Star Compound, zoals Schwalbe het noemt, dus elke compound zelf bestaat ook weer uit drie verschillende hardheden rubber. Die hardheden zijn aangepast aan het beoogde gebruik: de onderlaag in het midden is het hardste zodat de band hard loopt als de fiets rechtop rijdt, de bovenlaag in het midden is medium-hard voor grip en de zijnoppen zijn het zachtst, voor de meeste grip in bochten. Snap je het nog?

Er zijn zoveel variabelen om mee te spelen dat wij heel erg benieuwd zijn wat er gebeurt als je een variabele verandert, de compound van de band dus. Om die reden hebben wij gekozen om alle banden op hetzelfde wiel en dezelfde velg te leggen. Zo veroorzaakt het gewicht of de breedte van de gebruikte velg geen verschil in de prestatie van de banden. Voor een band als de Hans Dampf, die je eerder zou inzetten in de Alpen of het middengebergte, kiezen we daarom voor de bredere Flow EX, een velg die qua breedte prachtig past bij het grote volume van de band. Met de Notubes-velgen is het ook zeer eenvoudig om tubeless te monteren, de ventielen zitten al in de velg geschroefd.

Elke tester heeft zijn eigen fiets meegenomen: er is een Liteville 301 met 160 millimeter veerweg voor en achter. Een agressieve trailhardtail en een nieuwe Lapierre Spicy die voor de gelegenheid is ‘teruggezet’ van zijn gebruikelijke 27,5 inch naar 26 inch wielen (mogelijk door een speciaal linkje in de ophanging van de demper). Alle drie de fietsen zijn bedoeld voor ruiger terrein dan in Nederland, maar passen goed bij het beoogde inzetbereik van een Hans Dampf. De testers rijden allemaal op een bandenspanningen die past bij hun eigen voorkeuren en lichaamsgewicht, maar ze houden deze spanning bij het wisselen van de ene naar de andere compound gelijk. Nog zo’n variabele die we constant willen houden.

Let’s roll !
Het testrondje bestaat uit een track met twee lussen. De eerste lus is een flowy stuk met een paar vrij ronde bochten. Hier en daar onderbroken door wat wortels en kleine sprongetjes, maar het grootste deel van de ondergrond bestaat uit bosgrond. De snelheid ligt wat hoger. Grip is hier niet je grootste probleem. Je snelheid en momentum vasthouden wel. In de bochten wil je zo weinig mogelijk van je snelheid verliezen. Deze lus wordt al snel de Flowtrail genoemd. Na dit stuk trail volgt een klim over een bospad die steeds steiler wordt.

Boven aangekomen klim je de laatste paar honderd meter over asfalt naar het begin van de tweede lus. Deze lus is aanzienlijk technischer dan de eerste. Meer en veel grotere wortelpartijen die ook nog eens vochtig zijn aan deze schaduwkant van de heuvel waar we op rijden. Er zijn een paar stukken met veel grof grind in de bosgrond en een paar pittige kleine drops met wortels in de landingen. Hier wil je veel meer grip en controle dan aan de andere kant. Snelheid vasthouden is niet zo’n groot probleem. De helling is steil genoeg om door te blijven rollen. Deze lus krijgt meteen de naam Techtrail mee.

Benieuwd naar de rest van deze test? Dit artikel is afkomstig uit Up/Down Mountainbike Magazine 2014 #1. Mocht je dit magazine gemist hebben dan kun je deze bestellen in onze webshop. Voor het gemak kun je ook abonnee worden zodat je geen nummer meer hoeft te missen!