In de eerste uitgave van UP/DOWN kon je lezen over enkele basisbegrippen in de mountainbikefotografie. In de komende nummers gaan we verder in op materie. Als mountainbikefotograaf ben je vaak op jezelf aangewezen om per mountainbike de mooiste plekken foto’s te kunnen maken. Wat neem je dan mee? En hoe neem je het mee?

Tekst: Michiel Rotgans, Irmo Keizer
Foto’s: Michiel Rotgans

Het is maar al te leuk om foto’s te maken tijdens het fietsen. Echter zijn fotografie en mountainbiken als water en vuur, ze zijn lastig te combineren. Voor goede foto’s zijn we afhankelijk van kostbare apparatuur maar tijdens het biken heb je vaak te maken met zand, modder, water of valpartijen en daar kan elektronica maar slecht tegen. Daarnaast kan een cameraset steeds zwaarder op je rug wegen naarmate je meer kilometers maakt.

Camera- en lenskeuze
Sommige spiegelreflexcamera’s zijn net even wat meer geschikt voor sportfotografie dan andere. Deze kenmerken zich vaak door een snelle processor, waarmee de autofocus en het wegschrijven van de beelden sneller gaat. Tevens heb je meer en bovendien beter gespreide autofocus-punten tot je beschikking. Ook de lichtsterkte van je lenzen is van belang, je hebt bij mountainbikefotografie te maken met enorm uiteenlopende hoeveelheden licht. Van donkere bossen tot zonovergoten vlaktes. In dat donkere bos is een lichtsterke lens een must; je kan je sluitertijden hoog genoeg houden én ook je autofocus werkt sneller. Maar let wel, lichtsterke lenzen zijn groter én zwaarder. Maar bij het kiezen van de juiste sportcamera’s gaat het verder dan alleen de (fotografie)techniek. Materiaal en afwerking zijn eveneens belangrijke criteria. Plastic bodies breken gemakkelijker bij een val, terwijl camera’s van magnesium uit één stuk meer kunnen verdragen. En daarnaast is er het probleem vocht. De duurdere modellen zijn vaak uitgerust met ‘weather sealing’, rubberen afdichtingen die de druppels bij de kwetsbare elektronische delen vandaan houden. Hierdoor is je camera opgewassen tegen de twee grootste gevaren: water en zand. Op de wat duurdere lenzen en flitsers zijn deze afdichtingen ook aanwezig… anders dringt het water alsnog je body binnen via je lensfitting. Ook filters, zoals een uv-filter, zijn nuttig voor bescherming van je kostbare lens.

Raincovers zijn een must voor de fotograaf. Krijg je halverwege een tocht noodweer, dan blijven je spullen in elk geval droog!

 

 

 

 

 

 

 

 

De aspirant-kit
Een camera met één (kit)lens en een hoesje welke je gemakkelijk in een normale fietstas vervoert bij de rest van je spullen. Afgebeeld de Da Kine Drafter (€89,95/0,6kg) een zeer degelijke tas voorzien van alle gemakken.

 

 

 

 

 

 

 

 

De prosumer-kit
Twee redelijk lichtsterke lenzen (f4.0 of sneller) en één body. Iets meer lenzen zodat je meer mogelijkheden hebt om foto’s te maken. Eventueel een flitser zodat je de actie nog scherper kan vastleggen en een klem om de flitser aan een tak te bevestigen. De extra kilootjes op je rug ga je wel voelen maar deze bepakking is nog acceptabel. Wederom afgebeeld de Da Kine Drafter (€89,95/0,6kg).

De professionele kit
Een set bestaand één body, vier lichtsterke (f2.8 of sneller) lenzen, twee flitsers (eventueel met lichtstatieven) én een raincover voor om de tas. De ultieme uitrusting om elke situatie vast te leggen. Enigszins oncomfortabel om mee te klimmen of af te dalen, maar het levert wel de meeste mogelijkheden tot de mooiste shots op. Afgebeeld de Da Kine Mission Photo (€149,95/1,7kg) een sterke tas die je dure spullen goed beschermd.

 

Gewicht
Het volgende probleem betreft gewicht. De gemiddelde mountainbiker is nog fanatieker met het afslanken van zijn fiets dan Sonja Bakker met haar diëten. Wij bikers doen er alles aan om overgewicht te voorkomen, zodat we die extra kilo’s niet voelen wanneer we twee uur lang een berg beklimmen. Als (aspirant-)mountainbike fotograaf zul je je er bij neer moeten leggen dat je extra kilo’s in je rugtas zal meeslepen, want kwalitatief goede apparatuur is nu eenmaal zwaar. Zware camera’s liggen stabieler in de hand en dit is al één van de redenen waarom het motto ‘hoe lichter hoe beter’ niet van toepassing is in de fotoindustrie. Zelf proberen we op langere tochten de apparatuur vaak te beperken tot een body, twee lenzen en eventueel een losse flitser.

Tas
Qua tas heb je twee opties. Of een speciale fototas die geschikt is om te fietsen of je apparatuur bij je andere spullen stoppen in een echte fietsrugzak. Er zijn op de markt ver-schillende sportieve fototassen leverbaar, de afgebeelde DaKine Mission photo pack is een degelijke sterke tas die je spullen erg goed beschermt. Het gewicht is net aan te doen en vanwege de hoeveelheid aan ruimte is deze meer bestemd voor de (semi-)professionele fotograaf. Door het gewicht zijn deze speciale fototassen vaak een beetje ‘to much’ om fat-soenlijk een tocht mee te rijden. Tijdens de UP drukken ze teveel op je onderrug en tijdens de DOWN hangen ze in je nek. Tevens ontbreekt er in dit soort tassen vaak een camelbag en dit vinden wij toch vaak een must. Als je geen professionele aspiraties hebt is het ‘t beste om al je apparatuur apart, goed verpakt in je normale fietstas te doen en toe te stoppen met de extra kleding die je meeneemt tijdens je tocht. Wij gebruiken tevens hoesjes van neopreen, wat je ook terugvindt bij surfpakken. Gelukkig is het ons nooit overkomen dat er een camelbag is geknapt en zo onze apparatuur beschadigde maar… dit is geen garantie. We checken regelmatig de staat van onze waterzak en bij twijfel wordt deze vervangen. Maar mocht er ooit iets misgaan dan zullen de neopreen hoesjes enige bescherming bieden tegen het water. Ook raden wij een tas aan waarbij het hoofdvak in te delen is in een boven- en benedenruimte. Zo kan je de zware apparatuur bovenin doen en drukt deze minder op je onderrug tijdens het klimmen. Belangrijk is dat de tas voorzien is van straps om hem strak op je rug te zetten. Hierbij moet je zowel een borst- als heupstrap hebben. Straps op de buitenkant van de tas zorgen ervoor dat je spullen binnenin niet gaan ‘lopen’ tijdens een heftige afdaling.

Pak slim
Hoeveel je meeneemt aan apparatuur hangt van de toch af die je gaat maken. In het vorige nummer deden we verslag van de Trans Provence, waarbij we de eerste dag moedig met een Canon 1D, een 16–35, een 70–200, een 15mm en een losse flitser op stap gingen.

Met bijbehorende fototas, die ook al een paar kilo voor zijn rekening nam. Geloof ons, je kont is je niet dankbaar na tweeduizend hoogtemeters klimmen. En vervolgens word je nog veel chagrijniger wanneer die bulk aan gewicht alle kanten op gaat in die afdaling waar je je zo op verheugde. Het is alsof je met een Amerikaanse auto een haarspeldbocht neemt. Kortom, bedenk goed wat je te wachten staat. Hoef je maar een paar kilometer te fietsen, dan kan je met een gerust hart al je gear op je rug meenemen. Heb je een heftige tocht voor de boeg, vol technische paden, hou het dan licht. Kies één à twee lenzen en neem een compacte body mee, in een lichte tas. Ga je puur voor de lol? Hou het dan lekker bij die compactcamera.

Niet vergeten…
Je zult de meest afwisselende omstandigheden tegenkomen tijdens je zoektocht naar je ultieme shot. Zorg er altijd voor dat je een blaasbalgje en een lensdoek bij je hebt. Daarnaast is een ouderwetse (natuur)zeem ideaal om altijd bij je te hebben, zodat je toch je camera even kunt vertroetelen. En anders veeg je er beneden aangekomen het angstzweet mee van je hoofd.

Last but not least!
Ga je met een fully op stap, vergeet dan niet je dempers af te stellen op het extra gewicht dat je meeneemt. Ook een grotere remschijf kan wel eens handig zijn met die tien kilo extra.