Sommige mountainbikers gebruiken de beschikbare vering en demping op hun fiets als een soort overslagventiel. Keihard oppompen en alleen de allerergste klappen door de vering laten opvangen, lijkt hun opzet te zijn. Toch willen we ons sterk maken voor meer gebruik van de beschikbare sag in je dempers.

Tekst: Bas Rotgans, Foto’s: Michiel Rotgans

De juiste Nederlandse vertaling voor het Engelse ‘to sag’ is doorzakken of doorhangen. Termen die je niet meteen associeert met mountainbiken. Een andere term die in verband met veren en dempers wel wordt gebruikt is voorspanning. Om niet helemaal te verzanden in Engelse termen, zullen wij het woord voorspanning aanhouden. Als je in een garage ooit een auto omhoog hebt zien gaan om hem van onderaf te bekijken, dan heb je voorspanning wel eens in de praktijk gezien. Terwijl de auto uit zijn veren wordt getild, blijven in eerste instantie de wielen nog even op de grond. Dit moment, wanneer de brug de auto oppakt totdat de wielen daadwerkelijk loskomen van de grond, is de voorspanning. Ook wel sag.

Er is natuurlijk een groot verschil tussen auto en bike. Waar de auto door zijn eigen gewicht al een beetje in de vering zakt, zal je mountainbike zonder belasting van z’n bestuurder nog helemaal niet in zijn vering zakken. Daarom kan je de voorspanning van je fiets alleen instellen met jou als bestuurder erop. Sterker nog, een paar kilo meer of minder heeft zoveel invloed dat je de voorspanning van je demper opnieuw moet instellen als je bijvoorbeeld in de bergen gaat rijden met een rugzak op (tenzij je normaal ook al met rugzak fietst).

MTB2

Waarom voorspanning?

Voorspanning heeft alles te maken met controle. De beste manier om controle te houden is door je banden continu contact met de grond te laten houden. Die auto die in z’n vering zakt? In de bochten moet hij al zijn banden aan de grond houden. Het is een beetje een open deur: maar als je fietst, kom je niet alleen bobbels als obstakel tegen (waardoor je vering moet inveren). Je komt ook kuilen tegen (waardoor de vering moet uitveren). Als de voorspanning van je fiets met jouw erop, goed staat afgesteld, zit er spanning opgeslagen in je dempers. Vandaar de naam voorspanning. Bij een kuil aangekomen kunnen je dempers die voorspanning uitveren in de kuil. Dus de stand van de vering met jou erop, lichtjes ingezakt, is eigenlijk de neutrale stand van je dempers.

Natuurlijk vindt het in de praktijk niet zo statisch plaats als in deze uitleg. Je bike doorloopt op een parcours continu en heel actief zijn veerweg. Als je dit snapt, begrijp je ook wat er gebeurt met bikers die hun dempers te hard oppompen. Bij kuilen veert de demper niet uit en verliest het wiel kort controle met de ondergrond, bij bobbels veert de demper wel in – maar geeft hij nog een relatief groot deel van de impact van de bobbel door aan de fiets en de berijder. Terwijl die demper juist de oneffenheden zou moeten filteren.

SAG-byMichielRotgans4

SAG-byMichielRotgans3

 

 

 

 

 

 

De onterechte angst voor ‘pompen’

De gedachte achter een hard opgepompte demper is natuurlijk voorkomen dat je fiets gaat ‘pompen’, door te veren en te dempen, omdat jij op je pedalen loopt te stoempen. Waardoor je weer energie verliest. Een begrijpelijke angst, maar als rijder moet je je twee dingen realiseren. Ten eerste, je sleept een zware vork (zwaarder dan een starre vork in ieder geval) mee omdat je meer comfort en controle wil en ten tweede voelt een hard opgepompte demper alsof je hard gaat, omdat je bijna elke bobbel in het parcours voelt én omdat je minder controle hebt. Het lijkt een beetje op het effect dat we in het vorige nummer zagen bij de Cube AMS’en met verschillende veerwegen. De AMS 110 (110 millimeter veerweg) voelde door zijn stugger afgestelde vering sneller dan een AMS 130 (130 millimeter veerweg), maar op de stopwatch bleek dat gewoon niet het geval. Dus zelfs áls de extra vering van de 130 zou leiden tot een minder efficiënte rit, dan leidt de extra controle niet tot tijdsverlies. Ook al voelde de rit op de 130 minder snel.

Is dit een pleidooi voor meer veerweg op de Nederlandse trails? Nee, zeker niet. Wij zijn ervan overtuigd dat je in Nederland prima uit de voeten kunt met een hardtail voorzien van een vork met honderd millimeter veerweg. Maar als je een geveerde voorvork zo hard oppompt dat hij zijn werk niet meer doet, kun je waarschijnlijk beter een star exemplaar in je bike zetten. Scheelt best wat gewicht, je hebt geen onderhoud en zeker geen ‘gepomp’. Dat geldt natuurlijk nog sterker voor een full-suspension.

Dit hele artikel is het gevolg van een gesprek met de mensen van de onderhoudsafdeling van een grote fabrikant in vorken en dempers. Het is een veelvoorkomend verschijnsel bij vorken die zij voor groot onderhoud langs zien komen: zéér plaatselijke slijtage op de demperpoten van de vork. Zo plaatselijk dat je eraan kan afzien dat iemand maar drie centimeter van zijn beschikbare honderd millimeter heeft gebruikt. En dus ook een hele duidelijke diagnose: vork te hard opgepompt.

SAG-byMichielRotgans2

SAG-byMichielRotgans1

 

 

 

 

 

 

Hoe dan wel?

Je vork, en eventueel demper, heeft dus een hoeveelheid voorspanning nodig. Twintig tot vijfentwintig procent voorspanning van de gehele veerweg is een aardig uitgangspunt voor rijden in Nederland. Een aardige vuistregel is dat een fiets die meer veerweg heeft – en dus in theorie ook voor ruiger bikewerk wordt ingezet – tevens een steeds groter percentage voorspanning heeft, tot wel veertig procent voor sommige worldcup-downhillbikes! Wij hebben wel eens bikes getest die erg nukkig waren. Dergelijke bikes functioneren het beste op een erg precies percentage voorspanning. Je kan dan soms best wat tijd kwijt zijn om uit te zoeken wat het beste percentage voorspanning is. Houd er daarom rekening mee dat de meeste modellen bikes zijn ontworpen rondom een bepaald voorspanningspercentage, vaak kun je deze info vinden op de website van je fietsenmerk of is een mailtje aan de technische afdeling van jouw merk voldoende. Heb je vastgesteld wat het percentage moet worden, dan kun je aan de slag.

Het proces voor demper en vork is in principe hetzelfde. Ondanks dat we het hieronder door elkaar heen beschreven hebben, is het beter ze een voor een af te stellen. Eerst de demper, dan de vork.

Stap 1 – Meetpunt maken

Bijna alle achterdempers hebben een klein rubbertje om de verende poot zitten en enkele merken voorvorken ook. Anders kan je deze simpel zelf maken door een tie-wrap om de verende poot van je vork te doen (niet te strak aantrekken, je moet ‘m met de hand nog naar boven en beneden kunnen glijden).

Stap 2 – van percentage naar millimeters

Laat alle lucht uit je vork of demper lopen en druk ‘m daarna in. Door de inzakkende demper wordt het meetrubbertje of de tie-wrap naar de maximale veerweg gedrukt. Als je stopt met drukken op vork of demper, dan veert hij weer uit en blijft het rubbertje op zijn plek zitten. Je kunt nu de maximale slag van je demper of vork meten. In de praktijk is de slag van je vork gelijk aan de veerweg. Dus een vork met 100 millimeter veerweg moet je met 25 millimeter (25%) voorspanning instellen. Omdat de demper via een arm is verbonden aan je achterwiel is de slag van je demper een deel van de veerweg die je achterwiel daadwerkelijk biedt. Op onze voorbeeldfiets, met 100 millimeter veerweg, is de slag van de demper 40 millimeter. Het betekent dat de overbrengingsverhouding van de achterbrug van je fiets 2,5 is (honderd gedeeld door veertig). 25 procent voorspanning betekent dan dat we tien millimeter voorspanning op de demper moeten instellen.

Stap 3 – oppompen

Met een demperpomp voer je de druk in demper of vork op. Voor vorken moet je op de website van de vorkfabrikant zijn, daar vind je een suggestie over de toe te passen druk. Voor de adviesdruk in de achterdemper, moet je de website van de fietsfabrikant zijn. De demperboer weet niet in wat voor fiets zijn demper is ingebouwd en wat daar de overbrengingsverhouding van is. Als je een beetje in de buurt van de adviesdruk zit, schuif je het rubbertje weer naar de beginstand en ga je heel rustig op je fiets zitten met je voeten op de trappers. Probeer de vork of demper niet verder in te laten zakken dan jij in neutrale fietshouding veroorzaakt, of vraag iemand je te helpen om het rubbertje aan te schuiven tegen de demper of buitenpoten van je vork.

Stap 4 – voorspanning opmeten

Als je nu voorzichtig (het rubbertje mag niet verder verschuiven) van je fiets afstapt, is de afstand die je meet van demperhuis tot rubber of van vorkpoot tot rubber de voorspanning. Stel de hoeveelheid lucht zo af dat je uitkomt op het gewenste voorspanningspercentage.

Om de voorspanning af te stellen heb je een speciaal hogedrukpompje nodig. SKS heeft er drie verschillende in de collectie. Een compacte voor onderweg, een grotere voor thuisgebruik of een hele degelijke en uitgebreide voor in je gereedschapskist, waarmee je alle type vering kan oppompen.

SKS MSPSleutel 1

Ventiel: Schroefventiel

Maximale druk: 20 Bar

Gewicht: 150 g

Prijs: € 35,95

 

 

SKS SAMSleutel 2

Ventiel: Schroefventiel

Maximale druk: 25 bar / 360 PSI

Gewicht: 230 g

Prijs: € 35,95

 

 

SKS USPSleutel 3

Ventiel: Verschillende ventielen

Maximale druk: 22 bar / 315 PSI

Gewicht: 325g

Prijs: € 62,95