Vroeger was het simpel. Full-suspensions met weinig veerweg waren geschikt voor Nederlandse parcours. En fullies met veel veerweg moest je niet kopen, want die waren zwaar, duur en zo inefficiënt dat een crosscountryrondje simpelweg niet te doen was. Echter, door steeds lichtere frames en verdergaande ontwikkelingen in dempers kan je met steeds meer veerweg ook fatsoenlijk kilometers afleggen. Maar hoeveel veerweg moet je als Nederlandse mountainbiker nu eigenlijk kiezen?

Tekst: Irmo Keizer & Bas Rotgans
Bevindingen: Mikel Mac Mootry, Guido Scheffers, Irmo Keizer, Bas Rotgans, Wouter de Haan, Marja Godvliet
Foto’s: Irmo Keizer & Soul Media

Omdat we daar ook zelf nieuwsgierig naar zijn, lenen we bij Cube drie fietsen die allemaal broertjes van elkaar zijn. Het zijn alle vertrouwde telgen uit de AMS-familie. Het AMS-veersysteem voert Cube al jaren en we hebben het gezien in varianten die zo’n tachtig millimeter veerweg bieden, tot de AMS150 met 150 millimeter die dit jaar is uitgekomen. Het AMS-veersysteem staat bekend als een actieve en sportieve set-up van de demper die zorgt voor goed doorknallende fietsen. De drie AMS’en, de AMS110 Pro, AMS130 Race en AMS150 Race zijn mee geweest naar Nederlandse parcours, naar middengebergte en de échte Alpen. In theorie respectievelijk de terreinen waar elk van deze modellen zou moeten uitblinken. Maar hoe goed doen de familieleden het op onderling concurrerende trails?

Set-up
Alledrie de fietsen hebben een 18″ framemaat. Om de fietsen eerlijker met elkaar te kunnen vergelijken hebben we de banden gelijk getrokken. In de bergen zijn de fietsen op Schwalbe Fat Alberts overgezet. De 110 stond daarbij op 2,25 breedte, omdat de wat gebruikelijkere 2,4 maat van de Fat Albert teveel van de geometrie afwijkt. In Nederland hebben we alle fietsen op Schwalbe Nobby Nic in 2,25 breedte gezet. Het is verbazingwekkend wat de bandenwissel voor veranderingen in het rijgedrag oplevert. In het kort: de 110 wordt door de Fat Alberts een stuk geschikter voor de bergen en de 150 blijkt prima voor een rondje crosscountry in Nederland.

Verder zijn alle fietsen voorzien van een 70cm breed Syntace-stuur. Dat Duitse consumenten van lange voorbouwen houden, is al langer bekend en dat is terug te zien in de gemonteerde set-ups. Toch beginnen wij de laatste tijd in te zien dat een cockpit met een breder stuur gecombineerd dient te worden met een kortere voorbouw. De 130 en 150 hadden respectievelijk een voorbouw van 100 en 90 millimeter lengte en we zouden zelf voor korter gaan, voor beter stuurgedrag.

De 130 en 150 worden afgeleverd met Fox-voorvorken die in veerweg verstelbaar zijn. De 130 met de opties 110-130-150 millimeter, de 150 met de optie 120-150 millimeter. Om het vergelijk ‘eerlijk’ te houden, hebben we zoveel mogelijk de vork gereden op de veerweg van de achterbouw. In de praktijk rijdt de 130 het meest gebalanceerd met de vork op 130 millimeter. De 120 millimeter-stand bij de AMS150 heb je alleen nodig bij de allersteilste klimmetjes en dan nog zou je het zelfs wel redden zonder.

Bij dit vergelijk ging het ons meer om de veerwegen te vergelijken en niet zozeer de uitrusting van de fietsen, dus weinig daarover. Maar een van de dingen die ons opviel was de mate waarin de Shimano XT-shifters beter schakelen dan de SLX-shifters. Mocht je dus een bepaald model op het oog hebben, dan kan het zinvol zijn om eens te kijken wat de uitrustingsverschillen zijn met het net iets duurdere model.

Efficiëntie
We nemen de fietsen mee naar Oostenrijk. Hier ligt de focus uiteraard op meer technische trails, liefst naar beneden. Rotsen, wortels, maar ook snelle flowy paden. Soms steil, soms heel steil. Naar beneden, maar zeker ook omhoog. Om beurten rijden we met de AMS’en. De  130 en 150 moeten er het eerst aan geloven. Geen verrassingen hier: beide fietsen voelen zich uitstekend thuis in de bergen. En het blijkt nog knap lastig om een verschil te voelen tussen de twee fietsen. Wanneer je rustig onderweg bent is dit gevoel zelfs nauwelijks te merken. Beide fietsen slokken alles keurig op. Bergop voelt de 150 inderdaad langzamer, maar we vragen ons af of het niet daadwerkelijk om een gevoel gaat. We hebben er geen stopwatch naast gehouden. In Nederland blijkt hetzelfde verschil tussen de 110 en 130 te heersen. Daar timen we wel een aantal rondjes om een betere indruk te krijgen. En inderdaad, de 110 is niet of nauwelijks sneller dan de 130. De 150 is wel langzamer maar blijft binnen de perken. Op een rondje van twintig minuten hebben we het dan over één tot anderhalve minuut verschil. Deze resultaten zijn uiteraard niet wetenschappelijk maar blijken wel redelijk consistent als verschillende testers meerdere rondjes afleggen.

De 110 zit in een eigen klasse voor wat betreft voorwaartse versnelling. Je voelt duidelijk dat de achtervering stugger is en dat meer kracht via je pedalen in je achterwiel komt. De prijs die je daarvoor betaalt is comfort, hier lever je een stuk op in. De 110 voelt veel hobbeliger en misschien daardoor wel sneller. Uit de stopwatch blijkt namelijk dat de 130 verwaarloosbaar langzamer is. De extra vering, en het feit dat hij wat soepeler is, stelt je in staat op knobbelige stukken wat langer door te trappen en in moeilijke secties extra tijd te pakken door een hogere snelheid vast te houden over obstakels.

AMS 150 Race

Afdalen
Zodra de snelheid omhoog gaat, is de 150 heel duidelijk een prettigere fiets om mee naar beneden te knallen over de technische paden. De extra veerweg levert comfort én wat marge op voor fouten. De lijnen luisteren gewoon wat minder nauw dan wanneer je met de 130mm onderweg bent en die twintig millimeters extra zijn te voelen als je op het randje gaat rijden. Dit verschil blijkt ook merkbaar in je armen. De verzuring zet in een lange afdaling eerder in bij de 130.

Op de laatste dag in Oostenrijk gaat met frisse tegenzin de 110 mee naar een mooie en moeilijke technische trail. En wat schetst onze verbazing? Eigenlijk voelt ook deze fiets – met een paar andere banden – zich prima thuis in de Alpen. Omhoog fietsen gaat beduidend sneller, al kan de berijder zijn mede-bikers nooit keihard lossen. Is dit dan toch weer puur een gevoelskwestie? Op het technische rotspad naar beneden doet de fiets ook prima mee. Wel moet je met de 110 veel actiever fietsen. Je kan niet, zoals met de 130 en de 150 wel lukt, lekker lui op je zadel ploffen en de boel onder je door laten denderen. Door de kortere veerweg wordt dat op deze fiets snel afgestraft. Maar, alle trails waar de 130 en 150 vanaf komen, komt de 110 ook naar beneden.

AMS 130 Race

Karakter
Is een fiets te reduceren tot veerweg? Nee, natuurlijk niet! Want bijvoorbeeld in de nervositeit van de drie fietsen blijkt wel een aardig verschil te zitten. Maar dit ligt waarschijnlijk veel meer aan de gekozen balhoofdhoek dan aan de veerweg. In ieder geval blijkt een serie houten trappen een pittige opgave te zijn voor de 110, terwijl je met de 150 hier in alle rust overheen dendert. Ook op snelle paden in de bergen met veel kleine en middelgrote hobbels, schiet de 110 net tekort. Je bent gedwongen om iets achter je zadel te gaan hangen en je moet erg actief rijden. Met de 130 en 150 is duidelijk agressiever te fietsen. De 110 echter is weer flitsender en sneller op Nederlandse routes met veel stuurwerk. De 150 moet dan actiever gestuurd worden, wat overigens geen straf is. De 130 zit ook hier weer opvallend dicht bij het speelse karakter van de 110.

Aan het eind van dit vergelijk vallen een paar dingen op. Allereerst de tamelijk kleine verschillen tussen de drie fietsen qua gewicht. Een halve kilo verschil zul je niet gauw merken. Anderzijds valt op hoe doeltreffend de veringen zijn geworden. Enkele jaren geleden was het nog een waar pompfestijn om te klimmen met een 150 millimeter fiets. Nu heeft met name Fox de zaken dusdanig op orde dat je – zonder lock-out, maar met ProPedal – een doeltreffende vering hebt die in de klim nauwelijks actief is. Tenzij het nodig is. Wel is het zaak om de veringen goed af te stellen op je rijstijl, maar dat geldt voor elk terrein. Zo konden wij ons prima vinden in de opgegeven waardes, maar de reboundinstellingen wijzigden we continu. Verder zijn we onder de indruk van het feit dat je met ‘slechts’ 110 millimeter veerweg prima over grove, technische trails kunt rijden. En dat de grondsnelheid van de 130 zo dicht bij de 110 ligt, dat hadden we ook niet verwacht. Zoals zo vaak blijken je eigen kunnen en wensen van grotere invloed.

AMS 110 Pro

Conclusie
Het is eigenlijk verbazingwekkend hoe breed inzetbaar alledrie de modellen zijn. De AMS110 is een efficiënte kilometervreter die de ergste klappen uit bonkige routes haalt. Zijn efficiëntie gaat ten koste van een stuk comfort. Maar met een kleine bandenupgrade en enige voorzichtigheid zou je praktisch elk trail in de bergen kunnen rijden, met uitzondering van echte hardcore downhilltrails. De AMS150 is een snelle allmountainfiets met een fantastische demper en vork, die hem in staat stellen om op ruige technische trails nog steeds snel en gecontroleerd af te dalen. Een ideale fiets voor de bergen dus. Hij is ook prima geschikt te maken voor Nederlandse parcours met wat lichtere en smallere banden, maar de snelste van je fietsgroep zul je waarschijnlijk niet worden. De AMS130 is het keurige compromis tussen de twee andere. Hoewel het voelt alsof hij meer neigt naar de 110 dan naar de 150. Hij heeft de snelheid en bewegelijkheid van de 110 en ondanks dat het comfort heel erg hoog is – de dempers doen goed werk – lukt het de 130 niet om de grote brokken net zo goed weg te slikken als de 150.

Wat moet je nu kiezen? Een 110 als je focus ligt op het rijden van lange marathons en je meer waarde hecht aan voorwaartse efficiëntie dan aan comfort en als je (bijna) nooit ten zuiden van de Ardennen fietst. Een 130 als je één fiets wil, waar je alles zeer comfortabel mee kan. Zowel die marathons die de 110 fietst als die mooie trails die de 150 zo goed liggen. Waarschijnlijk heb je bij de marathon nauwelijks een langzamere eindtijd dan bij de 110. De 150 is eigenlijk overkill voor biken in Nederland en zouden we alleen willen aanraden als je met enige regelmaat in wat grotere bergen gaat fietsen, maar dan heb je ook een geweldige allrounder die prima klimt en strak kan afdalen. De keuze is aan jullie.