Zuid-Afrika, de Verenigde Staten, Frankrijk, Zwitserland… stuk voor stuk mountainbike-paradijzen. Maar je voorraad aan vakantiedagen, als ook die van cash, raakt snel uitgeput bij dergelijke trips. Soms vergeten we wat er in onze eigen achtertuin te rijden is. En het gras is altijd groener bij de buren. Kun je nagaan hoe groen het gras is rondom het Drielandenpunt…

Tekst en foto’s: Irmo Keizer

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog gaat het grensgebied rond Aken gebukt onder armoede. Grenzen zijn gesloten en allerhande goederen zijn maar moeilijk te krijgen. Smokkelaars actief in het gebied rond het Drielandenpunt verdienen goed. Koffie, boter, sigaretten, maar ook lood en kobalt gaan de grens over. De grote jongens pakken het grof aan. Zij bouwen gepantserde wagens en rammen zo door grensblokkades heen, hun auto’s volgeladen met tonnen goederen. De kleine jongens gaan iets subtieler te werk. Voor hen is het bosrijke gebied ideaal om ongezien de landsgrenzen van België, Duitsland en Nederland over te komen. Tot 1951… waarin vrijwel de gehele bevolking van een nabijgelegen dorp wordt opgepakt. De hoogtijdagen van de smokkel zijn voorbij.

De paden waarover de smokkelaars zich begaven zijn er nog steeds. Door beschutte gebieden, donkere wouden, langs het spoor en door het moeras. Je moet ze weten te vinden, dat is zeker. Voor ons reden om op pad te gaan met de locals uit Aken.

Het weer is grauw, grijs en koud. Aan de buitenrand van Aken ligt het startpunt – op dit punt wordt meestal afgesproken door de locals. We maken kennis, stuk voor stuk mountainbikeverslaafden, geen verrassing zover. Traditiegetrouw worden de bikes van elkaar bekeken, beoordeeld en worden ervaringen uitgewisseld. De kou is snijdend vandaag. Het is net onder nul, maar het vriest niet genoeg om de bosgrond weer volledig te laten bevriezen. Met dit waterkoude weer denken we er nog even aan om terug de auto in te vluchten. Te laat. We gaan onderweg. Handschoenen aan en niet zo miepen.

Binnen een minuut rijden we de stad uit. Een redelijk pittig klimmetje doemt op, over een breed ‘Ardennenachtig’ pad. Rondom het pad rijst her en der een loofbos op uit de mist. Links en rechts weilanden die geleidelijk overgaan in bos. Eerlijk gezegd maak ik me een beetje zorgen. Als dit het type trails is… wordt dit een saai artikel. De paden zijn breed en weinig uitdagend. Een beetje de gemiddelde Nederlands mountainbikeroute, maar dan iets meer omhoog. Onze Duitse metgezellen hebben het echter over kombochten, wortelpaden, drops en jumps. Nog maar even doorbijten dan.

Het bos wordt langzaam maar zeker dichter begroeid. Loofbos mengt zich met naaldbos. Paden worden smaller en na een paar kilome-ter is het zover. “We’re going down now”, luidt het. Serieuze blikken veranderen in een lichte grijns. Weer wordt het pad smaller, de snelheid neemt toe en voor ons doemt een glibberige massa op… van wortels. Spekglad in deze weersomstandigheden. Banden springen van links naar rechts. Meer snelheid is het antwoord. Het gas gaat erop, het speelse gevoel begint op te komen en de eerste afdaling die naar meer smaakt zit erop. Kort maar krachtig. We begeven ons nu op één van de paden van de verhalen. Links en rechts van de singletrack liggen grote plassen, de grond is nog steeds verzadigd met water van de afgelopen sneeuwperiode. Ga je van het pad af, dan loop je onherroepelijk vast in een dikke, dikke laag modder. Hierna slingert het pad zich vanuit een open veld het bos in. Ondanks de lichte vorst is het glibberen geblazen; de smalle singletrack wurmt zich door het moerasachtige gebied. Het groene mos doet vreemd aan in de anders zo eentonig gekleurde omgeving. Een pad met een lekkere flow, al is het wat harder werken om die flow te pakken te krijgen met een dusdanig natte ondergrond. In de zomer is dit stuk te rijden als pumptrack… nu moet er het nodige trappen aan te pas komen. De aantrekkingskracht van plassen blijkt ook hier groot; eromheen kan, maar zo nu en dan is het gewoon lekker om eens vol door zo’n plas te raggen. Een lekker gooi- en smijtpad, waarop je af en toe op moet passen om niet in je enthousiasme die bocht net iets té krap te pakken en zo met je stuur te blijven haken.

Inmiddels begint het natte weer haar tol te eisen. Duur of goedkoop materiaal, het maakt niet meer uit… deze weersomstandigheden zijn niet partijdig. Het geknars van tandwielen en kettingen wordt luider, schakelen wordt moeizamer. Er volgt een venijnig klimmetje, gevolgd door een korte steile afdaling, direct gevolgd door een steile technische klim. Vol de compressie in, van tevoren schakelen en trappen voor wat je waard bent. Enkelen redden het fietsend, anderen moeten lopend de klim op. Rechts van ons doemt de spoorweg op en we worden getrakteerd op een snelle afdaling met een paar kleine drops. Wat nu al opvalt is de verscheidenheid in terrein die hier te vinden is. We hebben inmiddels al loofbos, dennenbos, open vlaktes, wortels, en zelfs kleine rotsen onder onze banden door zien gaan. En dat op een afstand van nog niet eens tien kilometer. Verrassend.

Waan je je soms heel even in de hogere mountainbikeregionen, na een korte euforische periode word je door venijnige klimmetjes weer even op de feiten gedrukt dat we hier niet in het hooggebergte zitten. De afdalingen zijn aan de korte kant. Toch is er in deze omgeving veel leuks te rijden, zo blijkt even later. Een afdaling vol jumps met een lekker flow doet de drang naar de zomer versterken. We glijden van links naar rechts in de modder en schieten een donker naaldbos in. Het is een kort stukje singletrack, maar wat een lol! Een mooi startheuveltje zorgt voor voldoende vaart om de eerste wortelsectie vanuit de lucht te bekijken. Direct duik je een kombochtje in, aanzetten, je bike naar links gooien, naar rechts en proberen van die rem af te blijven. Twintig seconden later zit dit stukje trail erop… we besluiten om hem nog een paar keer te rijden.

Inmiddels begint het donker te worden. Voorgangers vergaan tot schimmen en wortels blijven onopgemerkt. Tijd om de aftocht te blazen. We pakken nog een laatste afdaling en fietsen richting de parkeerplaats. Naast het brede pad waar we omhoog zijn gereden aan het begin, blijkt nog een leuk paadje te liggen. Een mooi toetje na een goede dag.

“Vandaag is het vast beter weer”, dachten we nog. Maar in plaats van een lichte vorst besloot Koning Winter ons nu maar eens te trakteren op regen. IJskoude regen, want de temperatuur bedroeg twee graden. Nu viel het opstaan al ietwat tegen, door enkele Belgische biertjes de avond ervoor, dit voor-uitzicht maakte het nog net ietsje lastiger. Doorbikkelen, de fietsen de auto in en op naar Aken. Niet iedereen deelde onze instelling, zo bleek ter plaatse – enkele locals vonden het wel best en besloten onder de wol te blijven liggen; met een uitgedund groepje gingen we op weg. Over bekende trails naar nieuwe trails – met één verschil; het laagje modder was veranderd in een pak spek van tien centimeter. Ploegen dus. Glibberen, glijden, piepende remmen en krakende kettingen. Het weer mag dan niet best zijn vandaag, het bos maakt een haast mythische indruk. De mist hangt als een griezelig deken in het woud. Brillen beslaan, rijders verdwijnen geleidelijk uit het zicht. Singletracks verdwijnen in de verte. We rijden nog een paar mooie trails voordat we stoppen midden in het naaldbos, op één van de hoogste punten in het bos. Een miniem laagje sneeuw, samen met de mist, zorgt ervoor dat we al snel onze koude handen en voeten vergeten. Dit is hem dan. De beroemdste trail die Aken rijk is. De naam houden we op verzoek van de locals geheim. Iets met chocola.


Zagen, bijlen en hamers worden ter hand genomen om bochten te verstevigen en ramps te maken over obstakels die de trail versperren. De lokale bikescene zorgt ervoor dat de trails in goede shape blijven. De aanwezige trailbuilders maken alleen gebruik van de door de natuurbeheerders reeds omgezaagde bomen. Weerstand is er wel – vooral vanaf de Belgische (beheer)kant klinken afkeurende geluiden en wordt gemeld dat het bos kapot wordt gemaakt door de mountainbikers. Hiervan hebben wij tijdens onze tocht niets kunnen waarnemen; de aanwezige jumps zijn bescheiden, gemaakt van aanwezige materialen. Wij hebben gedurende onze tocht nergens overdadige bouwwerken gezien. ‘Subtiel en gebruik makend (en passend) in de natuurlijke loop van de paden’ lijkt het motto hier te zijn.


We eten wat en vertrekken even later. Het pad begint door het naaldbos met een pompend rijdbaar gedeelte. Zelfs in huidige omstandigheden blijkt dit goed te rijden. Het hooggelegen naaldbos heeft een stuk minder last van de weersomstandigheden. Vervolgens volgen, jawel, een paar heuse switchbacks. Onze gedachten dwalen direct af naar de Trans Provence, waar we in het eerste nummer verslag van deden. Een paar jumps volgen. De trail is zeker niet extreem stijl, maar bevat een goede mix van bochten, drops, wortels en flowy stukken. De lengte van deze trail doet de overige paden verbleken, heerlijk. Ook een roadgap behoort tot het verrassingspakket van deze trail, en via een drop rijden we even later tegen een paar locals op die druk bezig zijn met het laatste stuk van deze trail weer berijdbaar te maken. Nu is ‘illegaal’ trails bouwen natuurlijk niet al te slim – de weerstand van de toch al niet onbevooroordeelde tegenstanders neemt hierdoor alleen maar toe. Tijdens onze tocht hebben we staaltjes bosbouw gezien waar onze schoenen van uit vielen – stukken bos waren met grove bosbouwapparatuur volledig kaalgekapt. Het bos rondom het Drielandenpunt bestaat dan ook uit een hoogst merkwaardige mix van (ouder) natuurbos, tot het netjes in rijtjes geplante, politiek correcte bos en de kaalgekapte vlaktes met diepe erosiesporen. Ook opvallend waren de door de bosbouwers omgezaagde bomen op Akens beroemdste trail; deze lagen stuk voor stuk nét over de verbindingsstukken van de trail. Wel wordt hier duidelijk een algemeen voorkomend, groot probleem zichtbaar. Mountainbikers zijn in tegenstelling tot andere recreatieve groepen volstrekt ongeorganiseerd. We biken met onze vrienden, maar we hebben geen belangenvereniging die zich hard maakt voor onze belangen en een stem heeft in de beslissingen omtrent deze natuurgebieden. Hierdoor staan mountainbikers erg zwak en kan er door de tegenstanders eenvoudig een verkeerd beeld van mountainbikers worden gecreëerd, zonder enige tegenspraak. Bij indelingen van nieuwe gebieden delft de mountainbiker ook het onderspit. Veelal is een verbodsbord het resultaat.

Elk verhaal kent twee kanten en zo ook dit verhaal. Zowel de mountainbikers als natuurbeheerders gaan niet vrijuit. Regulatie moet, daarvoor hebben we nu eenmaal te weinig natuur in onze omgeving en teveel personen die deze natuur willen ‘gebruiken’. Het ongereguleerd bouwen van trails leidt tot meer weerstand bij beheerders. Toch kan je het de bouwers ook niet helemaal kwalijk nemen; er is immers simpelweg niets voorhanden voor de bikers.

Denk dus even na voor je driftig aan het bouwen gaat in je lokale bos. Regel één is simpel – maak niets kapot. Bomen die nog staan, laat je lekker staan. En als je gaat biken, laat dan niets slingeren in het bos. Maar al te vaak zien we een binnenband liggen, aan de kant gesmeten door een te luie mountainbiker. Meenemen naar huis. En ook de troep die een ander achter liet kan je prima meenemen in je camelbag.

Twee dagen Aken zitten erop. We doorkruisten de gebieden rondom het Drielandenpunt en ontdekten samen met de locals pareltjes van trails in dit gebied. Een grote verscheidenheid aan terrein, aardig wat singletracks, steile hellingen, kombochten, switchbacks, dubbels, roadgaps… je vindt hier wat voor elk wat wils. Ga je biken in deze omgeving, check dan wel altijd even waar je wel en niet mag rijden. Wil je de mooiste trails rijden? Ga op stap met de relaxte locals. Hiervoor kan je terecht in Vaals of Aken.


Aken ligt net over de grens bij Maastricht, vlakbij Vaals. De routes en trails die hier liggen snijden door België, Nederland en Duitsland. Je kan uitgezette routes rijden, of de niet-officiële trails opzoeken die door locals worden onderhouden. Let wel op: regelgeving is nogal een grijs gebied. Wat in België mag, is niet toegestaan in Duitsland. Kortom, rij je nog legaal op een mooie trail in Duitsland, tien meter verderop is het misschien illegaal in België. Europa, anyone?

Als startpunt kun je op het Drielandenpunt beginnen, maar hou er rekening mee dat je dan volgens Nederlandse traditie de parkeermeter rijkelijk mag vullen. Beter kan je in België of Duitsland je karretje parkeren, dan kost het je niets. De officiële routes zijn overigens ook meer dan de moeite waard!

Klaar met biken? Ga een hapje eten in Aken. Aken is een studentenstad en er is prima eten te krijgen tegen een goede prijs. Het barst van de restaurants en cafeetjes waar je je tot in de kleine uurtjes kunt vermaken.