Het is eind augustus. We rijden door de Franse Alpen over de N90 in een busje waarvan het laadruim vol zit met mountainbikes. Val Thorens, La Plagne, Les Arcs, Tignes, Val d’Isère… Om de zoveel meter staat er een bordje van een afslag naar wéér een bekend skigebied. Alleen op de hoogste toppen is er soms een toefje oude sneeuw te zien. We zijn hierheen gelokt. De persoon in kwestie heeft ons ervan heeft overtuigd dat die dikke laag sneeuw in de winter een knap netwerk aan trails verbergt, een netwerk dat zo goed is dat je niet snel iets beters zal vinden. Via de mail wordt erg geheimzinnig gedaan over details van deze driedaagse tocht. We krijgen alleen een datum, een tijd en instructies om op een parkeerplaats af te spreken. Om het geheel nog spannender te maken wordt er in de titel van de berichten alleen gerefereerd naar ‘Destination X’.

Tekst en foto’s: Michiel Rotgans

De geheimzinnige persoon in kwestie is Ash Smith. Een bevriende Engelse mountainbikegids die verantwoordelijk is geweest voor eerdere reisverhalen in voorgaande nummers. Herinner je je de verhalen nog over de Trans-Provence en de Vogezen? Mede mogelijk gemaakt door de trailkennis van meneer Smith. Ash heeft er een neusje voor en er zijn beroep van gemaakt om die te delen met mede-mountainbikers. Deels doet hij dit in de zomer met zijn reisorganisatie ‘Trail-Addiction’ die hij runt vanuit het wintersportdorp Les Arcs. En deels met de Trans-Provence, een zeven daags endurofestijn dat na drie edities al wereldwijde populariteit geniet. Ash rijdt al meer dan twintig jaar mountainbikes en heeft een vrij groot referentiekader op het gebied van trails. Als Ash zegt dat een bepaalde trail écht de moeite waard is dan geloven we hem. Zodoende ging de gehele redactie van UP/DOWN op weg naar die onbekende locatie in Frankrijk.

We ontmoeten Ash en Jon, een collegajournalist van het Engelse Singletrack magazine, op een parkeerplaats in de ‘middle of nowhere’. Als eerste worden we geïnstrueerd om onze reistassen om te pakken zodat we alleen het hoognodige meenemen. We zullen de auto’s pas vier dagen later weer zien. De Trail-Addiction shuttle, een busje met een aanhanger waarop plek is voor onze bikes, komt voorrijden. Rich, één van de gidsen bij Trail-Addiction, stapt uit en stelt zich voor. Later deze week zal blijken dat Rich in combinatie met zijn shuttle de onmisbare verbindende factor is tijdens de trip. We hangen de fietsen op de aanhanger, doen de tassen achterin de wagen en rijden de bergen in. Het is al tegen de avond als we aankomen in het bergdorp Val d’Isère. In dit uitgestorven skidorp gaan we op zoek naar een kroeg om bij te praten over mountainbiken,  mountainbikes en de rest van het leven. Op een sneaky manier proberen we meer info los te troggelen bij Ash over Destination X. Ash begint te vertellen dat hij door alle zomers in Les Arcs het gebied erg goed heeft leren kennen en ook dat van de omringende dorpen. Nu heeft hij een jaar geleden net buiten dat gebied een nieuwe trail ontdekt die zó mooi is dat hij hem nog niet gelijk aan de wereld wil verklappen. De eerste dagen zullen we routes rijden die hij al enkele jaren rijdt met zijn Trail-Addiction gasten. Halverwege de derde dag gaat onze tocht richting Destination X, “you will not be disappointed” is uiteindelijk het enige dat we wijzer worden voordat we gaan slapen.


Je zou verwachten dat als je op ruim 1700 meter hoogte wakker wordt de dag kan beginnen met een downhill. Maar alsof dat nog niet genoeg is worden we eerst nog naar op de Col d’Iseran geshuttlet op bijna 2770 meter hoogte. Onderweg wordt me verteld dat dit de hoogste geasfalteerde bergpas van Europa is en in 2007 nog een bergetappe was van de Tour de France. Terwijl we – in het shuttle busje – een paar racefietsers inhalen die stuk gaan op de hoge klim, voel ik me enigszins lui maar ik weet dat mijn portie afzien deze week ook nog wel komt. De fietsen worden van de wagen geladen en als echt fetisjisten worden elkaars bikes geïnspecteerd. Irmo ziet er een beetje underpowered uit op zijn Trek Fuel EX met 120 millimeter veerweg. Bas en ik vormen de middenmoot met onze Cube’s zo rondt de 150 millimeter.                                                                                                                                   Onze Engels vrienden zouden hun land verraden als ze niet met een behoorlijke ‘big-bikes’ komen aanzetten. Ash en Jon rijden beide op endurobikes met meer dan 160 millimeter veerweg. Alleen op basis hiervan kunnen we al een lichte inschatting maken over wie er als eerste boven of beneden zal zijn. De eerste trail is een echte hoogalpine trail ruim boven de boomgrens en gaat zo’n duizend hoogtemeters door tot aan Val d’Isère. Nog met de Nederlandse parcoursen in de beentjes moeten we gelijk aan de bak. Een slingerende singletrack wordt af en toe onderbroken door afwateringsgootjes die gemaakt zijn door vlakke platte stenen verticaal in te graven. Ash waarschuwt ons dat hij met groepen een honderd procent score heeft wat betreft snakebites op deze trail en drukt ons op het hart om in te houden. In dit geval is ‘speed’ dus helemaal niet ‘your friend’ maar zal behoudendheid je redden. Met maar één lekke band van Jon komen we in het onderste gedeelte van de trail en gaat het pad slingerend door de bomen verder. Bas is na drie maanden revalidatie van een gebroken sleutelbeen zo blij als een kind om weer op zijn fiets te zitten, maar glijdt net een paar meter voor ons met zijn voorwiel van de trail af. Hij gaat ‘over the bars’ en komt op zijn zachts gezegd erg lullig terecht. Meteen weet hij dat het mis is, diezelfde sleutelbeen maakt klik-klak geluiden en hangt er een beetje bij. De teleurstelling overheerst de pijn en langzaam rijdt hij verder, onder aangekomen in Val d’Isère verteld Bas dat hij op het laatste stuk voor een kuil zijn voorwiel probeerde op te trekken maar dat zijn arm en dus zijn stuur niet mee kwam omhoog. Zijn zoektocht naar Destination X eindigt voordat ie begonnen is.


Na dit opwarmertje in de ochtend is het tijd voor iets groots, een lange traverse door het dal van de Isère rivier. De trail die we gaan doen staat onder de Engelsen bekend als ‘High Exposure Isère Descent Itinerary’ oftewel HEIDI. Een zestig kilometer lange afdaling afgewisseld met een kleine duizend hoogtemeters klimmen. Het begint met een technisch pad waarbij de afgrond aan de linkerkant continu vanuit je ooghoek opgemerkt blijft. In de afgrond lonkt het helder blauwe stuwmeer dat de hele setting van deze trail ‘picture perfect’ maakt. Uit ervaring weet ik dat ‘je rijdt waar je kijkt’ dus probeer ik de afgrond te negeren, wat maar deels lukt. Voorbij het meer is het afgelopen met de afgronden en fietsen we een dennenbos in. Ik heb iets met mountainbiken door dennenbossen. De grond is altijd zo grippy. Je durft je fiets net even wat meer op zijn kant te forceren om sneller de bochten door te knallen. We rijden in een treintje. Ash voorop op de hielen gevolgd door Jon, daarna Irmo en ik als laatst. Om ons heen is het geluid van slippende banden te horen. Iedereen is lekker aan het knallen en ik moet net iets meer gas geven dan in mijn comfortzone ligt om iedereen bij te houden. Dit leidt tot een aantal situaties waarin ik nét niet uit de bocht vlieg, nét aan op mijn fiets blijf zitten en nét niet de afgrond inrijdt. Met een bonkend hart kom ik beneden aan waar de andere staan te wachten. Wat een afdaling, ik heb mijn persoonlijke bikeskills wel weer overtroffen.

Bij een waterbak doen we een korte pauze, zetten de zadels omhoog, doen de kniebeschermers af en gaan in UP-modus. Het is vlak na één uur en de zon staat flink te branden terwijl we het karrenspoor op buffelen. Ineens hebben we zo goed als de omgedraaide volgorde van het treintje. Irmo voorop gevolgd door mij en een stukje achter ons Jon en Ash. Tja het kost wat meer energie om die fietsen van hun omhoog te trappen, niet alleen door het gewicht maar vooral ook door de geometrie. Na een uur klimmen zit het er op en pauzeren we bij een pittoreske Frans schuurtje. We bestellen een cola’tje en een vleesplankje. Dikke stukken worst – waar je minsten twintig keer op moet kauwen om te voorkomen dat ze niet dwars gaan zitten in je slokdarm – worden op tafel gezet. Nu weet ik het zeker, we zijn echt in Frankrijk! De afdaling die volgde viel me zwaar. Misschien omdat hij redelijk technisch was, misschien omdat mijn conditie na een paar dagen Lowlands popfestival niet meer was wat het geweest had moeten zijn, of omdat ik weer moest wennen aan al dit Alpengeweld. Losliggende stenen, dikke drops, krappe switchbacks, om maar een paar van de situaties te noemen die we tegenkwamen op de trail. Moe maar zeker ook voldaan kwamen we beneden aan in het dal. Ash liet op een kaart de afstand zien die we hemelsbreed overbrugt hadden, geen wonder dat ik er doorheen zat. Het enige wat nog volgde was een paar kilometer over het asfalt naar beneden cruisen en het treintje de berg op nemen richting Les Arcs voor onze slaapplek van die avond.

 

De volgende dag beginnen we met een paar lift-assisted trails in Les Arcs. Ash kent dit gebied op zijn duimpje en dat is te merken aan de kwaliteit van de trails die we rijden. Na een kleine afdaling door het skigebied zijn we opgewarmd en klaar voor een bijzondere trail door het La Varda Nationaal Park. De trail begint ondanks een aantal grove stenen toch redelijk rustig. We remmen wat bij om een bejaard stelletje niet te veel te laten schrikken wanneer we hun inhalen. De man en vrouw beginnen te steigeren en Ash probeert ze een beetje te kalmeren. Hij legt uit dat we toestemming hebben van de opzichter om hier naar beneden te fietsen maar de oude lui willen er niets van weten. Meer dan ons begripvol opstellen kunnen we ook niet en na een tijdje geven we het op en rijden verder. Naarmate de trail vordert wordt hij ook steeds iets steiler en technischer. Slalommend tussen de stenen moet je steeds weer je lijn voor de volgende paar meter bepalen. Deze trail gaat niet zozeer om snelheid of flow, zo min mogelijk je trappers uitklikken is hier het uitgangspunt. Irmo is vervend voorstander van een tubeless wielenset maar na twee keer een ‘airburp’ gehad te hebben keek hij tijdens het oppompen toch wat minder gelukkig. Net nadat we dachten op het einde van de trail aan te komen zien we Ash door de lucht vliegen. We schrikken ons rot, rennen naar hem toe en zien hem gelukkig opstaan. Volgens mij heeft zijn engeltje goed werk gedaan want op een haar na heeft hij een steen gemist.

“Ik werd van mijn fiets gekatapulteerd!” is het enige wat hij uitbrengt. Bij nadere inspectie van zijn fiets zien we dat zijn voorste schijf is verbogen en dat dat de reden is geweest waarom de fiets zo plots werd geblokkeerd. Waarschijnlijk eerder ergens een bochtje te krap genomen… In het Trail Addiction honk is er nog een reserve schijf, gelukkig maar want we hebben nog genoeg op de planning voor de rest van de dag. De Paradiski-lift is een gigantische gondel over een ravijn die de skigebieden van Les Arcs en La Plagne aan elkaar koppelt. Bovenop de berg in La Plagne rijden we rustig over een karrenspoor naar beneden en klimmen wat naar onze volgende trail Spiderpig. Voordat ik begin uit te leggen hoe perfect deze trail is mag je weten dat deze in mijn top vijf aller tijden is gekomen. Dat een kronkelend pad als deze garant zou staan voor zoveel plezier op je fiets dat zou een wandelaar op dit zelfde pad nooit kunnen bevatten. Ontelbare switchbacks met zo’n perfecte ronding dat je er keer op keer uit geschoten wordt. Continu maakte er wel één van mijn wielen geen contact met de ondergrond wat zorgde voor dat fijne onderbuikgevoel. Natuurlijke jumps die er zo perfect bijliggen dat ze bijna wel aangelegd moeten zijn. Een trail die niet draait om snelheid of de perfecte techniek maar waar het draait om de ultieme flow. Aan al het goede komt helaas een eind, zo ook aan dit pad. Wat ons nu nog te wachten staat, zo op het eind van de dag, is een klim van                                                                                 bijna duizend hoogtemeters naar een                                                                             berghut waar we die nacht zullen slapen. Het speelde de hele dag al in ons achterhoofd, dit toetje zo aan het eind, maar nu is het dan ook zo ver. We beginnen met trappen, ieder op zijn eigen tempo, we zien elkaar boven wel weer. In mijn hoofd verwerk ik alle trails die we gereden hebben de afgelopen twee dagen. Dit is ook het ideale moment om de opbouw van mijn fiets te herevalueren: wat wil ik anders, efficiënter, lichter of sterker, noem maar op. Grappig genoeg heb je tijdens een klim alle tijd om je druk te maken over elke gram op je fiets, terwijl je tijdens een afdaling alleen maar denkt aan sterkere remmen, meer veerweg en onderdelen die nooit kapot gaan. Na ruim drie kwartier doorgetrapt te hebben draait de weg met een bocht mee en zie ik in de verte een man naast een pickup staan. Wanneer ik nog een keer kijk valt me op dat Ash, Jon en Irmo daar ook staan. Ik nader de auto en de rest van de mannen staan te smilen. “We hebben een uplift!” De eigenaar van de berghut is met een auto die hij van een herder heeft geleend naar beneden gereden om ons op te pikken. Tot zover het lijden! We laden de fietsen naast elkaar in de achterbak en laten de voorwielen er uit hangen. “Echt die Canada-stylo!” hoor je Jon zeggen. Ash verteld dat we toch wel tweederde van de klim gefietst hebben, des te meer kunnen we genieten van dit stukje met de auto. We komen boven aan bij de hut en Jon realiseert zich dat zijn kneepad die hij gebruikte om zijn frame tegen de auto te beschermen er tussenuit is gevallen. Jon moet naar beneden rijden om zijn bescherming te zoeken. Oeps, misschien had hij toch niet zo vroeg moeten juichen….

We ontbijten in de ochtendzon op het terras van de berghut. Een aantal meter bij ons vandaan is het begin van een twintig kilometer lange trail. We realiseren ons maar al te goed dat deze situatie redelijk episch is en we bevoorrecht zijn om zo aan een dag te beginnen. Boven heeft de trail een vrij mellow karakter en zodra deze in de bossen verdwijnt is hij wederom goed te rippen! Voor en achter me hoor ik het geluid van slippende banden. Waarschijnlijk laten mountainbikers toch een iets grotere ‘footprint’ achter dan de wandelaars. Het laatste stuk van de trail loopt als een achtbaan langs een rivierbedding. Genoeg natuurlijkers rollers waarop je wat airtime kan halen. In het dal aangekomen is het tijd voor lunch en wachten we op Rich die ons naar die mysterieuze locatie gaat brengen. Na twee en een halve dag is zo ver, eindelijk gaan we het meemaken, locatie X. De shuttle neemt een groot deel van de klim voor zijn rekening, we krijgen deze trail echter niet kado en moeten nog een potje zweten en kermen. De laatste twee uur gaan we al trappend, lopend en met de fiets in onze nek naar boven. Het laatste stuk lijkt eindeloos te duren maar eindelijk zijn we op die mythische plaats en kijken uit over…. Hier zijn we dan, hier was het allemaal om te doen. Een prachtige bergrug loopt kilometers voor ons uit glooiend het dal in. Links van de bergrug zien we cliffs met in het dal verschillende nederzettingen. Rechts zien we een parel blauw stuwmeer. De bergrug rijkt tot in de oneindigheid en bovenop loopt een lichtbruin lijntje, de trail. Om het geheel nog even wat perfecter te maken komt de zon ineens achter de wolken te voorschijn en zien we bij het stuwmeer een regenboog. We blijven even genieten van het uitzicht maar kunnen ook niet wachten om de trail te rijden. Het pad danst over de bergrug omhoog en omlaag. Sommige stukken zijn iets te stijl om per fiets te klimmen en sommige stukken zijn zo stijl dat je er al klauterend naar beneden moet om af te dalen. Net na de bergrug komt een sectie door het bos en het gas wordt opengezet. Als een stel jonge honden racen we achter elkaar aan, net even sneller dan comfortabel aanvoelt. Uitgeput komen we beneden aan bij ons hotel en bestellen een pul bier. Die hebben we verdient! De laatste dag is maar voor de helft op de fiets. We rijden het dal in en we hebben haast want we moeten een bus halen. Meerdere mountainbikers staan bij de bushalte te wachten,                                                                                    allemaal hebben ze redelijk         serieuze fietsen. De bus komt eraan en de chauffeur kijkt niet op van de bikes. Onderin uit het laadruim schuift hij een soort fietsenstalling zijwaarts de bus uit. Vol van verbazing zetten we onze fietsen in het rek en net zo gemakkelijk schuift het boeltje weer naar binnen. Bikers shuttelen is kennelijk een dagelijkse gewoonte voor de lokale busdienst. Na een keer overstappen naar een bus met dito fietsenrek, staan we bovenop de laatste berg van onze trip. Na drie volle dagen zit ik inmiddels zo lekker op mijn fiets dat ik de hele downhill de snelheid er goed in weet te houden. Het lijkt wel of alles dat ik de afgelopen drie dagen geleerd heb in deze afdaling samenkomt. Ik durf zekerder door de bochten en verlies de Britten geen moment uit het vizier. Met een smile op mijn gezicht kom in beneden aan in Albertville. Deels blij om de kwaliteit van de singletracks die ik op deze minitrip heb gefietst, deels beteuterd want ik wil niet geloven dat het over is. Of Destination X alle verwachtingen heeft waargemaakt? Beslis zelf op basis van de kop foto.

 

 


Destination wat?
We moeten toegeven, inmiddels is Destination X niet zo geheimzinnig meer als het klinkt. Na jaren geopereerd te hebben vanuit Les Arcs zijn de mannen van Trail Addiction op zoek gegaan naar een tweede locatie om reizen naartoe aan te bieden. De beschreven trail bevindt zich in het gebergte bij Arèches-Beaufort, beter bekend als het Beaufortain Massif. Trail Addiction organiseert mountainbike vakanties van een week en biedt nu de optie aan om dit uit te breiden met drie dagen Destination X. Twijfel je over je niveau omdat het misschien een beetje moeilijk klinkt in het bovenstaande verhaal? Zowel Les Arcs als Arèches-Beaufort bieden je trails variërend van technisch hoogalpine tot aan zachtaardige vloeiende singletracks.
Meer informatie op: www.trailaddiction.com/destination_x