Joden hebben Jeruzalem, Moslims Mecca en Christenen gaan naar Santiago de Compostella. Allemaal bedevaarttochten die gelovigen doen vanuit een fanatieke overtuiging. Als je net als wij een fietsende pelgrim bent en fanatiek overtuigd bent wat betreft reizen en mountainbiken dan staat waarschijnlijk Whistler bovenaan je ‘try before you die’ lijstje. UP/DOWN ging op zoek naar verlichting en volgde de pelgrimsroute naar het Canadese British Columbia.

Tekst en foto’s: Michiel Rotgans

In de internationale media wordt er waarschijnlijk over geen één locatie zoveel gerept als Whistler. Dit kleine dorpje in het  westen van Canada ligt in de staat British Columbia (BC) en is misschien wel de bekendste ‘outdoor-capitol’ van de wereld. In de winter vormen de omliggende bergen een strijdtoneel voor de wintersportscene en in de zomer bruist het dorp mountainbiken. Het is ook geen wonder dat professionele atleten, fotografen en filmmakers die iets in deze werelden betekenen zich allemaal vestigen in het dorpje. “This is where the magic happens!”

Na ‘s avonds laat gearriveerd te zijn loop ik ‘s ochtends jetlagged door het dorp. Links, rechts, op elke hoek van de straat  bevindt zich een sportwinkel met daarvoor een fietsenrek waar minimaal twintig mountainbikes in staan. Geen hardtails of 29-ers die we bij de Nederlandse specialisten tegenkomen maar zwaar geveerde downhill bakken. Hier en daar zie je een iets mildere full-suspension waarmee je in Nederland ook nog uit de voeten kan maar die zijn zwaar in de minderheid. Ondanks dat Whistler zich middenin een gigantische mooie uitgestrekte omgeving bevindt komt het gros van de mountainbikers hier voor het bikepark. In een bikepark wordt je door middel van een stoeltjeslift omhoog gebracht en fiets je de hele dag alleen maar naar beneden. Het park in Whistler bestaat al sinds 1998 en bezit ongeveer vijftig aangelegde trails om op af te dalen. Zelf ben ik totaal onbekend met downhillen en trap normaal gesproken altijd mijn eigen fiets de berg op maar nu ik hier toch ben wil ik deze manier van biken ook zeker meemaken. Maar dat is voor later in de week. Ik loop verder en kom op een plein onderaan de stoeltjeslift van het bikepark. Ik krijg spontaan een cultuurschok van deze bikecultuur. De downhillers vliegen je aan alle kanten om de oren. Honderdduizenden euro’s aan fiets rijden voorbij. Mannen, vrouwen, hele gezinnen staan in de rij bij de lift. Mountainbiken hier is totaal andere koek dan in Europa!

De trails liggen er piekfijn bij

Mike Watton, vice-winnaar van de Trans Provence 2010 staat me op te wachten. Hij is een local en mountainbiked al meer dan twintig jaar in deze omgeving. Een betere gids om me rond te leiden over de lokale trails bestaat er geloof ik niet. Van een fietsverhuur krijg ik een Rocky Mountain Altitude mee. Een full-suspension met 140 millimeter veerweg die een thuiswedstrijd gaat doen. Ondanks dat de merknaam iets anders doet vermoeden is die ontworpen in Vancouver en zou het bij uitstek goed moeten doen op deze trails. Mike stelt voor om te beginnen met ‘Kill me, thrill me’. Een lokale klassieker die je gedaan moet hebben. Nog nauwelijks gewend aan mijn fiets moet ik gelijk aan de bak. Stijl klimmen, technisch afdalen, als een malle schakelen. Alle facetten van het fietsen komen aanbod. In de Alpen ben ik gewend lang en rustig omhoog te fietsen en lange afdalingen te maken. Deze trail is heftig van begin tot eind en heeft de amplitude van een achtbaan. Halverwege staan we even bij te komen voordat we af moeten dalen over een enorme steile rots. We worden ingehaald door een gezin met drie kinderen en alsof het de normaalste zaak van de wereld is rijden ze allemaal probleemloos die ‘rock slab’ af. Op het parcours in Noordwijk zie ik hordes mensen al afstappen voor de laatste zanderige afdaling. Hier zou dat als ‘wel grappig’ ervaart worden. Elke keer als ik begin over ‘all-mountain’ rijden, wordt ik verward aangekeken. “Oh, crosscountry you mean?” Crosscountry zoals we dat in Nederland doen wordt hier gezien als veldrijden. Canadese crosscountry zouden we in Europa all-mountain noemen.

De kaart van het gebied met de weergave van de mountainbike trails

We steken de weg over en vullen onze Camelbak’s in een rivier, dat kan hier gewoon. Het plan is om via een aantal trails aan de overkant van de vallei terug te rijden naar Whistler. Ook deze heeft weer een mooie naam: Comfortably Numb. We beginnen met een lange klim over singletrack. Switchbacks die je normaal alleen omlaag rijdt doen we nu in slowmotion omhoog. Mike verteld me dat hij altijd singletrack klimt en nooit over brede paden. Zo maak je het omhoog fietsen tenminste een beetje leuk. Het is tof om te zien hoe goed het hem afgaat. Sommige technische stukken springt hij als een trial biker omhoog. Na bijna een uur klimmen hebben we een gigantisch mooi uitzicht over de vallei. We bevinden ons in van die stereotype Canadese bossen die je gelijk herkent uit mountainbike films. Grote dennenbomen, grippy bosgrond, houten bruggen over rivieren, de omgeving is te gek. Vanaf hier gaat het pad weer net zo op en neer als de vorige. Steile technische klimmetjes afgewisseld met heftige, flowy afdalingen. Via ‘Jeff’s Trail’ en de ‘Green River Loop’ komen we meer in de buurt van Whistler. Hoe dichterbij Whistler des te meer de trails artificieel zijn onderhouden. Houten bruggetjes, beter bekend als ‘north shore’ komen regelmatig voor. De rijstijl hier is net een beetje anders dan Europa maar ik vind het te gek. Ik begin de smaak van Canadese crosscountry goed te pakken te krijgen.

Vandaag gaat het avontuur richting de zuidkant van de vallei, ik spreek met Mike af in Function Junction waar hij een garagebedrijf heeft. Ik arriveer terwijl hij net de laatste auto van die dag de garage uit rijdt. Achter zijn garage rijden we de eerste trail op, de ‘Flank Trail’. Een singletrack die we klimmen om vervolgens af te dalen op ‘Industrial Disease’. Ook hier bevinden we ons in zo’n echt Canadees bos wat we kennen uit de filmpjes. Houten bruggetjes over waterstroompjes. De omgeving is te episch voor woorden. De tweede helft van onze rit gaat meer over de bodem van de vallei langs een aantal meren. Doordat er veel minder hellingshoek is begint de stijl van fietsen meer op die van Nederland te lijken, alleen dan iets technischer en leuker. Het pad gaat door een moeras heen, stoppen behoord niet tot de opties want dan worden we lek gestoken door muggen. We rijden korte stukjes               Dit bezoek krijg je als je je lunch laat slingeren    van een aantal bekende trails zoals: Danimal,                                                                               Lower Sproat, A la Mode en Beaver Lake. Elk parcours heeft weer zijn eigen karakter en de daarbij behorende stijl van rijden. Ik stel Mike de vraag hoe het toch kan dat die routes er zo goed bijliggen. De lokale mountainbike vereniging heeft iets van vijftienhonderd leden en die doen vrijwillig onderhoud, antwoordt hij. We komen in de buurt van Whistler en ook aan deze kant van de vallei neemt het aantal gebouwde obstakels in de parcours toe. North shore, kuipbochten, kleine sprongetjes in de route, rijden in Whistler is net of je in Disneyland aan het fietsen bent, je wordt continu geëntertaind.

Inde Alpen heb je een fontein, in Whistler een rivier

Met wat nacho’s zitten we na te genieten van een paar uur fietsen. Ik vertel dat ik de dagen erna in het bikepark ga fietsen. Mike verteld op zijn beurt dat hij er vroeger wel regelmatig reed maar nu hooguit drie dagen per seizoen. Natuurlijke trails hebben sterk zijn voorkeur. Artificiële trails zijn leuk voor een tijdje maar hebben een houdbaarheidsdatum. Tevens is het super druk in het park en is het net een groot circus. “We gaan het meemaken!”

 

Het bikepark
Ik lever mijn Altitude in en krijg in ruil daarvoor een Flatline Pro. Vergeleken met alle andere fietsen waar ik ooit op gezeten heb is dit net een crossmotor. Ingepakt met een integraalhelm, kniebeschermers en een rugbeschermer voel ik me half bionisch. Ik ga op weg naar de Fitzsimmons stoeltjeslift en sluit aan in de rij. Vanuit het stoeltje zijn diverse delen van de trails te zien. Jumps, north shore drops, kuipbochten. Wederom één grote speeltuin. Bovenaan aangekomen staat er een bord met de plattegrond van het bikepark er op. Alle trails staan aangegeven met een kleurtje, net als in een skigebied. Groen is voor beginners, blauw voor gevorderden, zwart is voor experts en dubbel zwart is voor idioten. Ik begin maar met een groene.

Honderdduizenden euro’s aan fiets in de liftrij

Ik voel me best een kluns als ik de eerste bocht induik. Ik moet wennen aan de zware fiets en weet nog helemaal niet waar me grenzen liggen. Op het moment dat ik word ingehaald door een stel kinderen neem ik me voor om maar wat harder te gaan. Aan het eind van de afdaling gaat het al stukken beter en kom ik beneden aan op het centrale plein bij de Fitzsimmons lift. “Oke, dat kan wel wat extremer, ik ga een blauwe doen”, bedenk ik me. Mijn stoeltjesliftgenoot raadt me B-line aan. De trail is net een crossparcours, sprongetjes van maximaal een halve tot anderhalve meter worden afgewisseld met houten wallrides, kuipbochten, kamelenbulten en andere obstakels. De eerste keren ga ik te zacht en land alle sprongen op de knuckle, gelukkig vangt de vering van de fiets de klappen super goed op, ik moet harder gaan. De volgende afdaling neem ik volledig tegen mijn gevoel in meer snelheid en land ik alle sprongen in de landing. Dat is toch een iets fijner gevoel! De rest van de dag staat in het teken van het rijden van alle blauwe trails in het bikepark. Elke afdaling ga ik harder en voel ik me meer thuis op deze fiets.

Als er geen bocht in de trail zit dan wordt die gewoon gemaakt

Het Whistler Mountain Bike Park is de bekendste van de wereld en heeft per zomer bijna honderdduizend bezoekers. Het park maakt gebruik van twee stoeltjesliften, de Fitzsimmons en de Garbanzo, die zich in één lijn bevinden. Waar je de ene uitstapt begint de volgende. Je kan vanuit het dorp ook gelijk de gondel pakken tot aan de top van de Garbanzo op twaalfhonderd meter hoogte. De vijftig trails zijn samen goed voor tweehonderd vijftig kilometer. Dat is nogal wat. Deze variëren van makkelijke paden voor gezinnen tot hardcore drops vanaf rotsen voor de pro’s. Voor ieder wat wils. Elk jaar is er in juli een groot bikefestival genaamd Crankworx. De hele week worden er wedstrijden verreden in verschillende disciplines. Whistler ligt twee en een half uur ten noorden van de stad Vancouver. De luchthaven van Vancouver is de internationale hub om er te komen, vanaf daar gaan ook rechtstreeks vluchten naar Amsterdam. AirTransat vliegt een paar keer per week voor erg weinig geld deze route en het is ons gelukt om een last-minute te boeken voor vijfhonderd euro. Er rijden genoeg shuttles vanaf de luchthaven naar het dorp, iets goedkoper is het om de Greyhound bus te pakken vanuit het centrum van Vancouver.

 

Met nog een paar pijnlijke handen van de dag ervoor zit ik weer vol goede moed in de lift. Zo’n dagje remmen gaat je handen niet in de koude kleren zitten. Ik ontmoet Brad in de lift, een Canadese jongen, hij zit hier twee maanden om uitsluitend het park te rijden. Hij neemt me op sleeptouw en laat me de trails zien die hij het leukst vindt. Voor het eerst neem ik de Garbanzo naar het topje van de berg. Na een te gekke afdaling realiseer ik me dat ik mijn eerst zwarte heb gedaan, dat viel best mee. Het is best relaxt om achter een goede downhiller aan te rijden die de weg kent omdat die precies weet met hoeveel snelheid je bepaalde jumps moet nemen. Als je je eigen instinct volgt ben je altijd weer geneigd om toch een extra keer te remmen. Te kort komen op een schans is op zijn zachts gezegd, niet zo fijn. Het onderste gedeelte van het park rijden we over de beroemde trail A-line. Deze is een beetje hetzelfde als B-line maar dan is alles twee keer zo groot. Had ik gister nog moeite met sprongetjes van anderhalve meter, vandaag vlieg ik drie tot vijf meter ver door de lucht. Nog steeds achtervolg ik Brad, ik denk bij mezelf:” gewoon achter hem aanrijden dan kan er niets gebeuren.” Halverwege een grote sprong heb ik het gevoel dat het mis gaat, gelukkig land ik de fiets op twee wielen en rij weer weg. Het voordeel van tweehonderd millimeter veerweg zowel voor als achter is niet alleen dat oneffenheden uit het terrein goed worden opgeslokt, het absorbeert ook alle fouten in je techniek, en daarvan heb ik er nog wel een aantal. Echt springen op je fiets is iets wat ik hiervoor nooit gedaan had maar in dit bikepark op zo’n downhill machine is dat met een beetje lef prima te doen. ‘s Avonds lever ik de fiets in bij de verhuurshop. Mijn handen blijven maar krom staan alsof ze nog steeds een remhendel vasthouden. Die moeten even een paar dagen bijkomen…

De Rocky Mountain Flatline Pro (200 mm)             De Rocky Mountain Altitude (140 mm)

Nog een aantal dagen verblijf ik in Whistler voordat ik weer richting Nederland vlieg. Het bikepark, de natuurlijke trails, iedereen zal zijn mening hebben over dit mountainbike circus. Ik vond het te gek en mijn geloofsovertuiging werd wederom bevestigd.

 

Een eigen gemaakt filmpje uit het bikepark die gemaakt is met een GoPro is hieronder te bekijken