Je banden tubeless rijden, zonder binnenband dus, bestaat al jaren. Maar juist de laatste jaren wordt het voordeel voor ons gewone mountainbikers zo groot dat het zinvol zou kunnen zijn om je wielset tubeless te maken. Wat was ook al weer dat voordeel? Een beetje gewichtsverlies, dat wel extra hard telt omdat het roterende massa is. Maar vooral: met een lagere bandenspanning kunnen rijden zonder angst te hoeven hebben voor snakebites, het gevreesde dubbele lek in je binnenband omdat je velg de binnenband lek stoot. Want er zit dus geen binnenband meer in.

Waarom zou je dan willen rijden met een lagere bandenspanning? Moderne mountainbikebanden zijn erop ontworpen om bij contact met de grond goed uitgerold te worden, zodat alle noppen contact maken met de grond. Zo geven ze optimale grip. Ook levert de lage bandenspanning in combinatie met volumineuze banden (breder dan 2.2) veel comfort op. De relatief zachte banden absorberen kleine oneffenheden beter dan de vering van je fiets dat ooit kan doen. Voor degene die denkt dat je langzamer rijdt: onafhankelijke meetinstituten hebben vastgesteld dat er nauwelijks toename is van rolweerstand, maar dat grip en comfort enorm toenemen.

Tekst: Bas Rotgans
Foto’s: Michiel Rotgans

UST of Tubeless-Ready?

Als het aankomt op geschiktheid voor tubeless toepassing dan kunnen buitenbanden grofweg in drie categorieën worden ingedeeld:

I  Niet voor tubeless toepassing geschikte buitenbanden, die nog wel eens worden gebruikt door wedstrijdrijders om nét dat laatste beetje gewicht te besparen. Voor ons leveren ze teveel gedoe op om ze goed tubeless te krijgen. Ook zijn de rij-eigenschappen zeer matig als ze tubeless zijn gemaakt, omdat de wangen – de zijkanten van de band – niet stevig genoeg zijn. Ze missen de ondersteuning van een binnenband.

II  Specifieke tubeless buitenbanden, die meestal zijn voorzien van een UST-logo. UST is een  standaard maatvoering die enkele jaren geleden door velg- en bandenfabrikanten is afgesproken om tot een sluitend systeem te komen. Het nadeel van echte tubeless buitenbanden is dat ze vaak vrij zwaar zijn en dat het gewichtsvoordeel dat je wint door geen binnenband te monteren meer dan teniet wordt gedaan door de buitenband, maar het zijn wel de banden die – eenmaal gemonteerd – zitten, afdichten en rijden als een huis.

III  De laatste tijd komen de tubeless-ready banden, ook wel aangeduid als TL-ready, sterk op. Een soort tussenvorm. De dikte van de zogenaamde hiel van de band, de lip die in de rand van de velg valt, zit tussen tubeless en niet-tubeless in. Het gewicht is ook beter dan een tubeless band, maar de rij-eigenschappen zijn weer veel beter dan wanneer je een niet-tubeless band zou gebruiken. Deze banden zijn in de praktijk niet zonder dichtvloeistof te monteren.

Benodigdheden

Voor een complete tubeless wielset heb je nodig: buitenbanden (zie kader) als je nu al tubeless-ready banden hebt, kun je zelfs gewoon je oude banden gebruiken, een tubeless geschikte velg of een gewone velg en een zogenaamde tubeless-kit.

In een tubeless-kit zitten vaak twee losse ventielen en een rol tape, óf twee velglinten met het ventiel eraan vast, een fles dichtmiddel, een plastic injectiespuit waarmee je gedoseerd een hoeveelheid dichtmiddel in de fles kan spuiten.

Stappenplan

1.

Als eerste reinig je de velg en het velgbed, de ‘binnenkant’ van de velg. Gebruik hiervoor een goede ontvetter, bijvoorbeeld wasbenzine. Vergeet niet om eventuele bramen, de ruwe randjes rondom het ventielgat, met een zacht schuurpapiertje te verwijderen en maak de binnenkant van de buitenband ook schoon met een in wasbenzine gedoopte doek.

 

2. / 3.

Meet de binnenmaat van de velg op en gebruik een daarbij passend velglint. In de velg rol je speciale luchtdichte tape, een velglint (met daaraan de ventielen) of alleen losse ventielen, afhankelijk van de combinatie van velg en band. Deze vormen de binnenkant van je luchtdichte afdichting. Het forum op de website van Stan’s Notubes (www.notubes.com) is een regelrechte vraagbaak over de passingen tussen verschillende breedtes velglint, de gebruikte velg en je beoogde buitenband. Jij wilt een 2.25 brede Schwalbe Rocket Ron op een tweeëntwintig millimeter brede SUNRinglé velg zetten? Dan kunnen zij precies vertellen welke combinatie van velglint en eventueel velgtape en los ventiel je nodig hebt.

4.

Afhankelijk van het advies op het Notubes-forum is het regelmatig nodig om bijvoorbeeld onder het velglint nog een strip van tape te plakken om de ruimte in het velgbed nog iets op te vullen. Met een mesje snijd je een gat in de tape, op de plek waar het ventiel doorheen moet, en hierna installeer je het velglint met ventiel (ventiel nog niet vastschroeven). Om alles wat soepeler in elkaar te laten glijden kun je een bekertje met zeepsop vullen, gewoon afwasmiddel verdund met een beetje water. Dit zorgt dat de rubberen delen wat makkelijker over het aluminium van je velg glijden en eerder afdichten. Schwalbe heeft ook een flesje met Easyfit, een goedje dat de buitenband gladjes over de velg laat glijden en dat een paar minuten later is verdampt.

5.

Als het velglint eromheen ligt, druk je het ventiel er weer iets uit en laat je een schroevendraaier rondom de velg glijden om het velglint heel netjes en precies in het midden van de velg te leggen.

6.

Als het goed is ligt het tubeless velglint nu mooi diep in het velgbed, maar nog wel helemaal tegen de zijkanten van de velg op. Door de aansluiting tussen velglint en hielen van de buitenband krijg je straks een luchtdicht geheel. Als je je velglint iets te breed hebt gekozen, steekt hij iets uit over de rand van de velg. Dat is niet supernetjes, maar ook geen drama.

7.

Nu komt het lastigste gedeelte: hier heb je veel kracht bij nodig en zeepsop of Easyfit kan je uit de brand helpen. Omdat de sluiting tussen een tubeless band en velg goed strak moet zijn, is het moeilijker om zo’n buitenband om een velg heen te krijgen. Gebruik veel glijmiddel en leg de rand van de buitenband diep in het midden van de velg. Op die manier loop je stukje voor stukje de velg rond. Hoe dan ook moet je het laatste stukje nog even wrikken om de rand van de buitenbanden goed over de velgrand heen te krijgen. Je kunt kunststof bandenwippers gebruiken om het laatste stukje band eroverheen te forceren, maar let goed op dat je velglint en hiel er niet mee beschadigt, want die moeten natuurlijk niet lekken, anders verlies je straks lucht door je velglint.

13.

Ligt de band erop, dan is het ‘t makkelijkste om hem nu even goed op spanning te brengen zodat de randen van de band zich ook goed ‘zetten’ in de randen van de velg. Het meest eenvoudige is om even naar een tankstation te fietsen en het oppompen via een compressor te doen, maar met een goede vloerpomp met groot volume (bijvoorbeeld de SKS Aircon 6.0) lukt het in veel gevallen ook. Pomp hem goed hard op tot zo’n drie bar, als je de randen van de buitenband op hun plaats in de velg hoort ‘ploppen’ is hij hard genoeg. Ook kan je, maar dan moet je het ventiel er weer even uitschroeven, er een gewone binnenband inleggen en deze hard oppompen. Na het zetten van de buitenband, laat je hem weer leeglopen en druk je maar een kant van de buitenband los en verwijder je de binnenband. Tubeless ventiel er weer indraaien en dan kost het aanzienlijk minder pomppower om de band opgepompt te krijgen en beide zijden van de buitenband goed te krijgen.

 

8. / 9.

Laat de gezette buitenband leeglopen en draai met behulp van het bijgeleverde plastic sleuteltje de kern van het ventiel eruit.

10.

Schud het flesje met vloeibare latex volgens de gebruiksaanwijzing: alle deeltjes moeten goed zijn verspreid door de vloeistof. De vloeistof kan nu in de band, houd daarbij rekening met de verhouding. Deze is afhankelijk van de dikte van de band.

11.

Op de flesjes met vloeistof staat goed uitgelegd hoeveel je moet gebruiken.

14.

Draai de kern van het ventiel weer in de band en pomp hem op. Als het gelukt is om hem eerder goed op te blazen, dan zal het nu niet al te moeilijk zijn om hem met een gewone vloerpomp weer goed hard te krijgen. Anders is het gebruik van een luchtpatroon ook een goede methode.

 

12. / 15.

Als je de band op spanning hebt, meer dan 2,5 bar, pak je hem beet als een dienblad. Zo kun je de melkachtige vloeistof in de band in de rondte slingeren zodat alle resterende gaatjes goed worden afgedicht. Afhankelijk van de dikte van de vloeistof zul je alleen wat bubbels tot kleine ‘fonteintjes’ zien, die zichzelf snel zouden moeten dichten. Hierna pak je het wiel beet als het stuur van een auto, de vloeistof loopt nu naar de laagste plek. Door de onderkant van de band naar voren en achteren te schudden zorg je dat de vloeistof echt op alle plekken komt, zodat de band goed afdicht. Ga langzaam de banden rond en zorg dat de vloeistof overal komt.

Als het goed is, zijn je banden nu dicht. Het kan de eerste paar dagen nog voorkomen dat je er af en toe wat extra lucht in moet pompen, maar hoe meer je ermee rijdt, des te beter de banden afsluiten. Officieel zou je om de drie maanden de vloeistof moeten vervangen of aanvullen om optimale lekdichtheid te garanderen, maar sommige van onze redacteuren hebben tot een jaar met een gemonteerd setje banden gereden zonder noemenswaardige problemen. Vergeet bij je ritjes trouwens geen reserveband mee te nemen! Mocht je een keer lekrijden en dicht het gat zichzelf niet meer, dan zul je toch weer een tijdelijke niet-tubeless set moeten maken.

 


Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door de mannen van Bike Planet in Haarlem, experts op het gebied van het tubeless maken van wielsets.


 

Welke dichtvloeistof?

Stan’s Notubes: de klassieker. Dicht gaten snel en goed, heeft een uitstekend vraag-en-antwoord forum op Notubes.com met veel goede tips om je banden snel en goed dicht te krijgen. (www.notubes.com)

Joe’s No-Flats: lijkt niet alleen qua naam sterk op Stan’s. Goed assortiment velglinten, ventielen en vloeistoffen. Alleen de gele korreltjes die onderin de vloeistof drijven zijn moeilijk goed door het goedje te mixen. (www.no-flats.com)

Schwalbe Doc Blue: een wat dikkere vloeistof waar je relatief weinig van nodig hebt (50ml voor een brede band) die de eerste gaten snel dicht. (www.schwalbe.nl)

Effeto Mariposa Caffelatex: is, zoals de naam doet vermoeden, niet echt een vloeistof maar eerder een soort cappuccinoschuim. Het schuim zou ervoor zorgen dat er rondom altijd latex in de band zit. Voorzien van een handige en goede injector. Het stollende latex is zo vluchtig dat bij de eerste montage de buitenband vol zit met een spinnenweb van latexstrengen. (www.effetomariposa.com)